is toegevoegd aan uw favorieten.

Van de zigeunerstent naar het spreekgestoelte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vader zeide den dokter, dat zijn kind krank was, en de goede dokter klauterde de trappen van onzen wagen op, en riep mijne zuster tot zich.

In den wagen zelf kwam hij niet, wij waren immers maar arme Zigeuners.

— Uw kind heeft de zwarte pokken. Ge moet maken, dat ge zoo spoedig mogelijk buiten de stad zijt, zeide hij tot mijn vader, nadat hij de kranke zuster onderzocht had.

Hij zond ons op een weg Norton Lane genoemd, ongeveer 25 minuten van de stad verwijderd. Bij een kromming van den weg, daar waar aan de eene zijde een groote hagedoorn staat, en aan de andere zijde een boschje ligt, in dit beschutte hoekje sloeg vader onze tent op. Daar liet hij moeder en ons, de vier kinderen, achter en trok met den wagen een weinig verder den weg af, waaide kalkgroeve is. Van hieruit kon hij de tent in het oog houden en ieder geroep van daar vernemen. De wagen was nu ziekenkamer, en mijn vader de ziekenverpleger.

Toen de doktor na een paar dagen onze tent binnen keek, bleek het, dat mijn broeder Ezechiel ook de pokken had. Ook hij werd nu in den wagen gezonden en mijn vader had twee patienten te verzorgen.

De arme moeder liep half wanhopig den ganschen dag op en neer en vader hoorde haar dikwijls klagen : „Mijne kinderen sterven en ik mag er niet bij gaan !u Moeder ging naar Baldock. om levensmiddelen in te koopen en als ze 't eten gereed gemaakt had, droeg ze de spijzen tot halverwege den wagen en zette ze neer en wachtte tot vader kwam. Ze riep hem dan of wenkte hem met een doek om te komen, dikwijls genoeg kon hij echter