is toegevoegd aan uw favorieten.

De internationaalrechtelijke betrekkingen tusschen Nederland en Japan (1605-heden)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nederland en de Vereenigde Staten zonnen op verlaging van het tarief. In 1866, tijdens de inwendige beroeringen van Japan, zagen zij de kans schoon, om die verlaging van de Japansche regeering gedaan te krijgen. Zij werd neergelegd in de herhaaldelijk reeds genoemde zgn. tariefconventie van 25 Juni 1866. De voornaamste daardoor ontstane wijzigingen waren de volgende:

1°. was het nieuwe tarief veel uitvoeriger dan het oorspronkelijke ; het bevatte, zoowel ten aanzien van de inals van de uitvoerrechten eene veel meer in bijzonderheden afdalende opsomming;

2°. werden de rechten voor een groot deel niet meer, zooals algemeen in het oude tarief, naar de waarde, doch naar het gewicht bepaald;

3°., en dat was het voornaamste, waren de nieuwe rechten veel lager dan de oude, ook na de wijzigingen, die daarin tusschen 1858 en 1866 reeds waren aangebracht.

Verdere détail-beschouwingen mogen hier achterwege blijven; opgemerkt zij nog slechts, dat, waar in het tarief van „cent" sprake is, niet de Amerikaansche of Nederlandsche cent wordt bedoeld, maar het honderdste deel van de „bu", eene toenmaals in omloop zijnde Japansche munt. In de 3e klasse van het tarief van invoerrechten blijft het verbod van opium-invoer gehandhaafd. Merkwaardig is het vrij uitgebreide tarief van «invoerrechten.

Behalve over het tarief handelt de conventie over eenige onderwerpen, die hier buiten beschouwing kunnen blijven (bepalingen omtrent bebakening, entrepots, e. a.).

Door deze conventie werd de deur van Japan nog wij deiopengezet dan zij reeds stond; de vreemde voortbrengselen konden krachtens haar op nog gunstiger voorwaarden worden ingevoerd dan tevoren. Voor Japan was die wijziging in dubbel opzicht nadeelig: 1° verloor het voor het grootste deel de fiscale voordeelen van het oude tarief, 2° was thans van eene nog eenigszins beschermende werking van