is toegevoegd aan uw favorieten.

De internationaalrechtelijke betrekkingen tusschen Nederland en Japan (1605-heden)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor Japan beteekent dit bij de huidige Nederlandsche tariefwetgeving, welke door de zeer lage rechten geene gelegenheid meer geeft om deze bij wege van conventioneele tarieven nog te verminderen, dat zijn goederen bij invoer in Nederland zullen worden belast volgens de wet van 1862 S. 170; in Nederlandsch-Indië volgens die van 1909 S. 341; in Suriname volgens de verordening van 1896 Gb. 1 ; in Curacao gelden voor de verschillende eilanden verschillende regelingen, zie van Romondt's Alphabetisch Register op de Publicatiën en de Publicatiebladen van de kolonie Curagao.

Het hooge Japansche tarief gaf, gelijk reeds werd in het licht gesteld, den anderen staten aanleiding te over, om te beproeven verlagingen daarvan bij verdrag te bedingen, wat aan Engeland, Duitschland, Frankrijk en Italië gelukte. Het zou helaas teveel ruimte beslaan, hier een overzicht van de daardoor ontstane verlagingen van invoerrecht te geven *); genoeg zij het, hier eenige van de artikelen te noemen, waarop zij betrekking hebben, en die tevens voor Nederland van belang zijn: katoenen en wollen weefsels en garens, oliën en vetten, automobielen, machines, kinine. Voor suiker, voor Nederlandsch-Indië van belang, werd geen verlaging van invoerrecht bedongen, niettegenstaande het autonome Japansche tarief tegenover vroeger nog yerhoogd was 2).

Vraagt men nu, of de thans in Japan voor Nederland geldende invoerrechten, hetzij op het autonoom Japansche tarief, hetzij via onze meestbegunstigingsclausule op conventioneele tarieven berustend, voor- of nadeeliger zijn dan die, welke onder het régime van de tractatenreeks der negentiger jaren bestonden, • dan moet in het algemeen het antwoord in ongunstigen zin uitvallen. Zeer duidelijk

*) Voorzooveel het door Engeland, Dnitschland en Frankrijk verkregene betreft, zie men „Denkschrift" bijlage 5.

2) Zie ook Oranjeboek 1911 blz. 15.