is toegevoegd aan uw favorieten.

De internationaalrechtelijke betrekkingen tusschen Nederland en Japan (1605-heden)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorrechten, vrijstellingen en vrijdommen der consuls staat nog eene afzonderlijke «lausule in art. 3 lid 2.

IV. Bepalingen over aanverwante onderwerpen.

Dit artikel is het eerste der, in het tractaat verspreid Bepalingen over staande, bepalingen over consuls en hun bevoegheden. De |;onsul'^®n^ hun rechtstoestand der Nederlandsche consulaire ambtenaren ^rt 3 in geheel Japan wordt er door beheerscht, voorzoover niet het gebruik en de nationale wet regelen geven; voor de .Tapansche consuls op Nederlandsch gebied is dat anders Immers krachtens het bij gelegenheid van de uitwisseling der ratificatie-akten uitdrukkelijk opgemaakt protocol (zie aan het einde van bijlage XI) zou de materie, vervat in art. 3, evenals die uit de eveneens over consulaire zaken handelende artt. 4, 14 en 15, voorzoover de Nederlandsche koloniën betreft, geregeld blijven door de reeds op blz. 181 vermelde conventie voor de Nederlandsche koloniën, 1908 S.

281, 1908 I. S. 489, 1908 Gb. 54,1908 Pb. 31, zie voor den text bijlage IX 1). Genoemde artikelen 3, 4, 14 en 15 gelden dus op Nederlandsch gebied alleen voor Japansche consulaire ambtenaren, gevestigd binnen ons Rijk in Europa. Ook wanneer het protocol niet uitdrukkelijk ware opgemaakt zou

') Grootendeels volgt ook (leze koloniale consulaire conventie de lijnen van het model voor dergelijke door Nederland gesloten conventies : de conventie met België van 185B S. 39. Eenige verschilpunten : in de Belgische conventie staat in art 1. dat België consulaire vertegenwoordigers mag aanstellen ,,in al de havens van de over,zeesche bezittingen of koloniën der Nederlanden welke open zijn voor ,,de schepen van alle landen", de conventie met Japan is beperkter.

Het 4l|e lid van art 3 van de conventie met Japan ontbreekt in die met België Uitvoeriger dan de conventie met België regelt die met Japan, wat er geschiedt bij schipbreuk van een schip van de nationaliteit der wederpartij in de Nederlandsche koloniën (art. 9). De uitlevering van deserteurs van Japansche schepen wordt zelfstandig geregeld ; er wordt niet, gelijk in de conventie met België, naar een uitleveringstractaat verwezen (art. 10). De artt. 11 en 13 uit de conventie met Japan ontbreken in die met België, eveneens Hd 1 van art. 14 en art. 15 lid 2.