is toegevoegd aan uw favorieten.

De internationaalrechtelijke betrekkingen tusschen Nederland en Japan (1605-heden)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze toestand zoo zijn geworden, gezien Nederland's gevestigde practijk, om vreemde consulaire vertegenwoordigers slechts krachtens afzonderlijke verdragen in de koloniën toe te laten; „met het oog op de interpretatie in de toekomst", zooals de memorie van toelichting het uitdrukt, kon het echter geen kwaad, dat men zich dit nog eens helder voor oogen stelde.

Art. 14. Eene dergelijke bepaling over rechtsmacht in scheepvaartzaken ontbrak in het verdrag van 1896. Men lette er op hoeveel beter dit artikel is geredigeerd dan het overeenkomstige art. 14 der consulaire conventie 1908 S. 281. De in deze bepaling aan de in Nederland gevestigde Japansche consulaire ambtenaren toegekende bevoegdheden kwamen aan eenige leden der Tweede Kamer voor wel wat ver te gaan. Zij vergaten daarbij, dat, zooals dan ook in de memorie van antwoord werd in herinnering gebracht, de Japansche consuls die rechten reeds bezaten door de meestbegunstigingsclausule van art. 3 van het hier besproken tractaat in verband met art. 11 van het verdrag met Spanje, 1873 S. 30; met Italië, 1876 S. 108; met de Vereenigde Staten, 1879 S. 151 en met Portugal, 1882 S. 133. Het artikel was dan ook, aldus de memorie van antwoord, alleen opgenomen „om buiten twijfel te „stellen dat ook de Nederlandsche consuls in Japan deze „bevoegdheden zouden deelachtig worden".

Art. 15. In de laatste alinea staat uitdrukkelijk het beginsel „geen uitlevering van eigen onderdanen" gehuldigd.

Geen bepaling Tot zoover de bepalingen over de wederzijdsche consuls.

over consulaire Nog zij er de aandacht op gevestigd, dat ook in art. 4 eene

bemoeiingen met uitdrukkelijke bepaling ontbreekt, zooals die van art 5 uit het onbeheerde na- o r o

latenschappen. verdrag van Japan met Engeland, waarbij wordt vastgesteld, dat consulaire ambtenaren het recht krijgen, om het bewind te voeren over onbeheerde nalatenschappen van overledenen hunner nationaliteit. Krachtens de meestbegunstigingsclausule van ons art. 3 hebben echter ook de Nederlandsche consulaire ambtenaren dit recht in Japan; omgekeerd hebben de Japan-