is toegevoegd aan uw favorieten.

De internationaalrechtelijke betrekkingen tusschen Nederland en Japan (1605-heden)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bv. die met Zweden 1908 S. 78, Montenegro 1910 S. 111 en Noorwegen 1913 S. 263.

Afdeeling II. De Shimonoseki-conventie van 1864.

Was de vorige afdeeling gewijd aan de vreedzame Nederlandsch-Japansche betrekkingen, zooals die in den „nieuwen tiid" in de drie handelsverdragen hare regeling vonden, hier klinkt een geheel ander geluid. De Shimonoseki-conventie van 1864, die thans zal worden besproken, besloot een kort tijdperk van strijd met de wapenen, van gewelddadig optreden van vreemde oorlogsschepen tegen een van de machtigste Japansche vazallen, voor wiens optreden tenslotte de shogunale regeering de verantwoordelijkheid op zich heeft genomen.

Over deze conventie is (en niet slechts in Nederland) meer te doen geweest en meer geschreven dan over alle handelsverdragen door Japan gesloten met elkaar. De oorzaak daarvan is niet moeilijk te ontdekken. Een tractaat, dat een einde maakt aan bloedvergieten en de overwinnende partij eene aanzienlijke schadeloosstelling in geld verzekert, doet oneindig meer van zich spreken, dan een vreedzaam handelsverdrag, hetwelk, hoe gewichtig ook, niet dat gerucht pleegt te maken en niet met die algemeene belangstelling pleegt te worden ontvangen, welke aan vredesverdragen ten deel valt.

In onzen tijd echter heeft de Shimonoseki-conventie o-een andere dan eene historische beteekenis; voor ons is

o

zij nog slechts eene episode uit den moeilijken tijd, dien Japan na de gedeeltelijke ontsluiting van 1858 moest doormaken, en wekt daarnaast nog herinneringen aan met succes bekroonde inspanning der Nederlandsche zeemacht. Al te veel ruimte zal aan deze conventie daarom hier niet worden ingeruimd.

Voorgeschie- Om van Nagasaki naar Yokohama te komen staan den denis. zeevaarder twee wegen open: 1° kan hij, oin de zuidpunt