is toegevoegd aan uw favorieten.

De internationaalrechtelijke betrekkingen tusschen Nederland en Japan (1605-heden)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer zouden mogen worden versterkt, terwijl in art. 4 werd bepaald:

„La ville de Simonosaki ayant tiré sur les étrangers „sans aucune attaque préalable, et ceux-ci 1'ayant épargnée, „quoiqu'ils eussent les moyens et le droit de la brüler „pour la punir de cette insulte, il leur sera payé une „indeinnité a titre de rangon; une autre indemnité sera „payée pour couvrir les frais de 1'expédition. Le chiffre „de ces deux indemnités sera fixé par les Ministres „représentant a Yedo les Puissances étrangères ayant „pris part a l'expédition".

Wie de schadeloosstelling zou moeten uitkeeren werd dus daarbij niet uitdrukkelijk vastgesteld; toen dat later te Yedo zou worden uitgemaakt, stelden de vreemde vertegenwoordigers de shogunale règeering er voor verantwoordelijk, die voor de bestraffing van den daimyo van Choshü had behooren te zorgen. Het shögunaat nam deze verantwoordelijkheid op zich ') en op 22 October 1864 sloot het te Yedo met de vertegenwoordigers van Nederland, Engeland, Frankrijk en de Vereenigde Staten de zgn. Shimonoseki-conventie2), waarbij aan de vier westersche staten eene schadeloosstelling van § 3.000.000 werd toegekend ; in de plaats daarvan zou ook, onder nadere goedkeuring van die staten, Shimonoseki of eene andere stad aan de binnenzee mogen worden opengesteld. Met het oog op den binnenlandschen toestand durfde Japan aan dit laatste niet de voorkeur geven en zoo moest het dus de drie millioen dollars betalen.

') Voor de rechtsverhouding van den Shïïgun tot de daimyö's raadplege men „Early feudal law in Japan" door John Carey Hall (Transactions and proceedings of the Japan Society, vol. VII blz. 410); Sakdya Yoshida, Geschichtliche Entwicklung der Staatsverfassung und des Lehnwesens von Japan, diss. Bonn 1890; Toshitake Okubo, Die Entwicklungsgeschichte der Territorialverfassung und der Selbstverwaltung Japans, vooral blz. 92 en vlg., diss Halle 1894.

2) Zie bijlage XII.