is toegevoegd aan uw favorieten.

De internationaalrechtelijke betrekkingen tusschen Nederland en Japan (1605-heden)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 26.

De Nederlandsche koopvaardijschepen zullen het buskruid en de wapens blijven behouden, evenals de kanonnen.

Artikel 27.

De gebruikelijke geschenken voor Z.M. den Keizer en andere Rijksgrooten en de jaarlijksche fassak ') blijven op den bestaanden voet geregeld.

ï) „Fassak" is, naar Prof. Dk Visskr mij welwillend mededeelde, eene verbastering van „hassaku", letterlek „achtste eerste dag der maand", d. w. z. „eerste dag der achtste maand", en wel de achtste maand van den Chineeschen kalender, overeenkomend met onze Septembermaand. In de Muromachi-periode (1336—1573) was de „hassaku" eene ceremonie van het hof te Kyüto en van de kaste der krijgslieden, hierin bestaande, dat de Shügun, hovelingen van allerlei rang, feodale edelen, hoogere en lagere ambtenaren den Keizer allerlei geschenken aanboden, die in ruil daarvoor tegengeschenken gaf. In den Yedo-tijd (1600—1868) gaven de TokugawaShöguus den Keizer op dien datum een prachtig opgetuigd paard en een zwaard ten geschenke, waarop deze tegengeschenken naar Yedo zond. Doch ook de Tokugawa-Shöguns zelf werden met de ,,hassaku"-ceremonie geëerd door alle feodale vorsten (daimyö's), die hun tevens op dien dag, even als dat op Nieuwjaar gebruikelijk was, gelukwenschen aanboden. Dat de daimyö's op hunne beurt door de boeren met „hassaku" werden geëerd, vermeldt Brinkley in zijn tfnabridged Japanese-English Dictionary blz. 309. Nadere bijzonderheden zijn te vinden in Kokushi Daijiten (Groot Woordenboek der Japansche Geschiedenis), door Yashiro, Hayakawa en Ikobe, Tökyo 1908, blz. 2017 en vlg., sub voce „hassaku".

Daar het geven van tegengeschenken een onmisbaar bestanddeel was van het wezen der „hassaku", schuilt er in het deelnemen aan deze plechtigheid niets vernederends en mag er niet meer in gezien worden dan het betuigen eener verschuldigde hulde aan een hooger geplaatste, geenszins dus het betalen van tribuut of iets dergelijks. De beteekenis der ceremonie eenmaal kennende gaat er een nieuw en gunstiger licht op over de positie onzer landgenooten in Japan in den ouden tijd, die immers evenals de Japansche functionarissen, die daartoe gerechtigd waren, den Shögun en enkelen anderen „hassaku"-geschenken mochten brengen, iets wat b. v. aan de Chineezen nooit vergund is (Meylan, Geschiedkundig Overzigt van den Handel der Europezen op Japan blz. 373). Dit recht was niet minder dan eene eer en een voorrecht voor de Nederlanders (Mkïlas t. z. p.; Matsudaira blz. 37 noot 1), evenals het recht op het doen der hofreis (zie blz. 24), waarin zij met de feodale edelen op één lijn werden gesteld; ook hiervan waren de Chineezen uitgesloten. Wij brachten „hassaku"-geschenken aan den Shögun, diens vermoedelijken opvolger, en aan de Rijksgrooten