is toegevoegd aan uw favorieten.

De internationaalrechtelijke betrekkingen tusschen Nederland en Japan (1605-heden)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE V.

Additioneele artikelen tot het vorige tractaat, van 16 October 1857, inet de daarbij behoorende verklaringen der Japansche regeering').

Additionele artikelen, overeengekomen tusschen de Nederlandsche en Japansche gevolmagtigden:

Mr. Jan Hendrik Donker Cdrtius, Nederlandsch Commissaris in Japan; en

Midsoeno Tsikoegono Kami, rekengouverneur en gouverneur van Nagasaki, Arawo Iwamino Kami, gouverneur van Nagasaki, Iwase Igano Kami, Keizerlijk opziener;

om een deel uit te maken van het op den 30sten Januarij 1856 te Nagasaki gesloten tractaat tusschen Nederland en Japan.

Artikel 1.

In de havens van Nagasaki en Hakodate zal van nu afhandel worden toegelaten.

Te Hakodate zal de handel begonnen worden tien maanden na dagteekening dezer.

!) De text der additioneele artikelen is ontleend aan 1862 S. 186; men vindt hem ook in 1863 I. S. 5. Die van de verklaringen der Japansche regeering is genomen uit een uittreksel van een brief van den Nederlandschen Kommissaris in Japan, gevoegd bij een in de Ned. Stcrt. van 20 Februari 1858 gepubliceerd rapport van de ministers van koloniën en buitenlandsche zaken aan den Koning, welke brief als bijlagen de verklaringen geeft.

Aan den text zijn als noten toegevoegd ophelderingen, deels aan genoemden brief ontleend (br.), deels aan aanteekeningen van den Nederlandschen Kommissaris op een gedrukt exemplaar der additioneele artikelen, door Van der Chys blz. 263—279 in noten vermeld (aant.); verder aanteekeningen klaarblijkelijk van wijlen Prof. Hoffmann afkomstig, op dezelfde wijze door Van dhr Chys blz. 261—278 passim vermeld (Hf.), en eenige van den schrijver (v. K.).

Van de ontvangst der afzonderlijke verklaringen van de Japansche regeering wordt aanteekening gehouden in het proces-verbaal der uitwisseling van de ratificatie-akten der additioneele artikelen, „zijnde de inhoud dier stukken Zijne Majesteit den Koning der „Nederlanden aangenaam geweest, ofschoon Zijne Majesteit liever „gewenscht had, dat die bij de additioneele artikelen waren opgekomen geweest" (Handelingen Tweede Kamer 1858—1859, bijl. 948). Den text van dit proces-verbaal vindt men ook bij Pompe van Meerdervoort deel II blz. 326.