is toegevoegd aan uw favorieten.

Neutraliteit der overheid in de Nederlandsche koloniën jegens godsdienstzaken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebruik te maken '). Vijf jaar later intusschen werden er, met name in de artt. 2 en 5 van de wet op de kerkgenootschappen (Ned. Stb. 1853, no. 102), toch weer preventieve voorschriften gegeven, m. i. in strijd met den geest der grondwet van 1848. Deze beloofde in art. 165 aan alle gezindten gelijke bescherming, stelde in art. 167 en art. 169 alle gezindten onder gelijke controle, schafte in art. 170 een ouden vorm van bemoeienis met inwendige aangelegenheden der gezindten af, en handhaafde in art. 168 het historische traktementenartikel. Dat in Nederland de overheid ook tegenover de gezindten — evenzeer als tegenover de individuen — neutraal moest zijn in dien zin, dat zij geen voorkeur mocht doen gelden, lag in art. 165 over de „gelijke bescherming"; dat zij de kerkgenootschappen niet, mits gelijkelijk, zou mogen steunen, stond nergens, mits het tractementenartikel 168 werd ontzien.

Aangezien het zesde hoofdstuk der grondwet sinds 1848 met is gewijzigd, is daarin noch de meening gehuldigd van hen, volgens wie het controle-artikel 172 „eigenlijk het eerste en eenigste had behooren te zijn" 2), noch ook de tegenovergestelde meening van hen, naar wier oordeel „de staat tegenover zijn onderdanen een hoogere roeping te vervullen heeft, dan zich neutraal te houden ten aanzien hunner levensbelangen"8) en die zulks met de individueele godsdienstvrijheid vereenigbaar achten mits de „actieve medewerking van de zijde der overheid aan de ontwikkeling van het kerkelijk leven" zich beperke tot „geldelijke ondersteuning" 4).

Vergelijkt men nu, ter beantwoording van de vraag, gesteld in het begin dezer paragraaf, de artikelen 168 en 170—173 der grondwet met de overeenkomstige bepalingen in de regeeringsreglementen, dan blijkt voor Oost-Indië het volgende. Art. 168 der grondwet, dat „gelijke bescherming" toezegt

Mr. J. T. Buys, De Grondwet, II, b!z. 485.

2) w- Meijer, Kerk en Staat, de XXe Eeuw, October 1905, blz. 89.

3) Borret, Het zesde hoofdstuk onzer grondwet, blzz. 23, 39.

4) Borret, blzz. 180 — 181.