is toegevoegd aan uw favorieten.

Neutraliteit der overheid in de Nederlandsche koloniën jegens godsdienstzaken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overlevering gegronde rechten, gebruiken en gewoonten. Was de inwerking van den Engelschen geest op verstandelijk gebied (vooral op dat van het onderwijs) ook na 1858 nog zeergroot, op zedelijk en godsdienstig gebied eischte een bedachtzame politiek de meest strikte onzijdigheid. Op de, sinds 1885 geregeld gehouden, congressen der Indiërs, die zich meer en meer ontwikkelden en in het bestuur van hun land een grooter aandeel wenschten te erlangen, waren alle belangrijke godsdienst- en kaste-groepen, vooral echter de hoogste, die der Brahmanen, in sterke mate vertegenwoordigd. „Het congres van 1898, te Madras gehouden, telde op de 614 deelnemers niet minder dan 590 Hindoes en daaronder 409 Brahmanen. Men schrijft dit toe, nu eens aan de historische positie der Brahmanen als geestelijke leiders en den ijver waarmee zij het westersch onderwijs in zich hebben opgenomen, dan weer aan den weerzin der Brahmanen tegen het Engelsche bestuur, dat de kaste-onderscheidingen, oorsprong van hun eeuwenoude bevoorrechte stelling, niet als grondslag van de staatsinrichting aanvaardt" 1).

Een van de grieven, die het luidst klonken op het congres van December 1909, was: bevoorrechting van Mohammedanen boven Hindoes. „The whole tendency of the Hindu revival", schrijft Chirol, „social, religious, and political, during the last 20 years had been as consistently anti-Mahomedan as anti-British, and even more so"2). Inderdaad hadden de Mohammedanen meer zetels in de wetgevende raden gekregen dan hun naar evenredigheid van hun getalsterkte zou toekomen, welke bevoorrechting slechts verdedigd kon worden met een beroep op de historische positie der Mohammedanen als beheerschers van het grootste deel van het land vóór de komst der Engelschen. Doch „waar", aldus Moresco, „verschil in behandeling op grond van ras- en godsdienstonderscheidingen steeds in de uitlatingen van verantwoordelijke staatslieden als

*) Dr. E. Moresco, De nationale beweging enz., blz. 146. 2) V. Chirol, Indian Unrest, blz. 120; vgl. ook blzz. 124—126.