is toegevoegd aan uw favorieten.

Neutraliteit der overheid in de Nederlandsche koloniën jegens godsdienstzaken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

E. Subsidies wegens onderwijs, onderwijsinspectie, enz.

Het regeeringsreglement van 1854 maakte voor het eerst onderscheid tusschen openbaar (art. 125) en bijzonder onderwijs (art. 126). Het openbaar onderwijs gaat uit van de overheid, d. w. z. (zie boven blz. 17) van het gouvernement, van de locale ressorten, van de inlandsche gemeenten of van de zelfbesturende landschappen; onder de tweede soort valt al het onderwijs dat van anderen uitgaat. Zooals art. 127 regeeringsreglement voorschrijft, „wordt voldoend openbaar lager onderwijs gegeven, overal waar de behoefte der Europesche bevolking dit vordert en de omstandigheden het toelaten", terwijl overigens „het geven van onderwijs aan Europeanen of daarmede gelijkgestelde personen", vrij is (art. 126), „behoudens het toezigt der overheid", in casu: van den directeur van het departement van Onderwijs en Eeredienst, met zijn inspecteurs en plaatselijke schoolcommissies. Ten aanzien van het onderwijs aan inlanders behelst alleen art. 128 een bepaling: „De Gouverneur-Generaal zorgt voor het oprigten van scholen ten dienste der inlandsche bevolking"; over bijzonder inlandsch onderwijs wordt gezwegen.

Voor dit onderzoek is uiteraard alleen het bijzonder onderwijs van belang. Bij een bespreking van de subsidieregelingen enz. betreffende dat onderwijs moet in het oog worden gehouden, dat alle onderwijs, zoowel openbaar als bijzonder, zich laat splitsen in neutraal onderwijs en onderwijs op godsdiensligen grondslag (dit laatste kan, zoo het openbaar onderwijs betreft, alleen uitgaan van de zelfbesturende landschappen). De vraag, of het onderwijs in Indië neutraal dan wel kerkelijk is of behoort te zijn, kwam reeds in hoofdstuk II ter sprake (zie boven blz. 70). Thans is dus slechts aan de orde een onderzoek, in hoeverre het bijzondere neutrale en — daarom is het hier te doen — het bijzondere kerkelijke onderwijs in Indië van regeeringswege wordt gesteund J).

Voor subsidies wegens onderwijsinspectie enz. zie beneden onder V.