is toegevoegd aan uw favorieten.

Neutraliteit der overheid in de Nederlandsche koloniën jegens godsdienstzaken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aldaar, waarop reeds vele inlandsche kinderen gingen, is gesloten. En door den oorlog is voorloopig van de oprichting der andere Menado-scholen afgezien" :).

Boven (blz. 87) is reeds aangestipt, dat art. 1, lid 2, onder 4° van Ind. Stb. 1912, no. 572, in strijd is met art. 125, lid 2, van het regeeringsreglement, door ook op de districts- en landschapsscholen in de Minahasa godsdienstonderwijs met facultatiefstelling te veroorloven en zoodoende het openbare karakter van die scholen te miskennen. De eisch van „eerbiediging van ieders godsdienstige begrippen", welke ook voor die scholen geldt, verhindert juist, dat zij een Christelijk karakter mogen dragen, evenals zij de sinds 1907 gesubsidieerde desa-scholen op Java belet een Mohammedaansch-godsdienstige tint aan het onderwijs te geven2). Alleen indien art. 125, lid 2, regeeringsreglement ontbrak, zou de Mohammedaansche desa den islam of de Christen-desa (b.v. te Modjowarno (Soerabaja) en in Swaroe (Pasoeroean)) het Christendom tot grondslag mogen maken van het inlandsch gemeente-onderwijs; dat „in den Islam . . . alle onderwijs, ook het elementaire, op godsdienstigen grondslag [is] gericht", en dat de dorpsgeestelijke of modin op Java zelfs „de persoon is, die de leergrage dorpsjeugd te onderwijzen heeft", ontslaat de inlandsche gemeente niet van haren plicht, om, ingevolge art. 125, lid 2, regeeringsreglement, in het openbaar gemeente-onderwijs „ieders godsdienstige begrippen" te eerbiedigen s).

Waren de hooger genoemde regelingen, behalve die betreffende Menado, voornamelijk tot stand gekomen, omdat Ind. Stb. 1895, no. 146, in onbeschaafde heidensche streken te weinig geldelijken steun beloofde en bovendien bezwaarlijke eischen stelde ter verkrijging van dien steun, deze bezwaren

1) C. F. Staaroaard, De ontwikkeling van het Minahassische volk enz.. Koloniaal Tijdschrift, 1915, II, blz. 888.

2) Dit wordt voorbijgezien door Dr. J. W. Gunning, De facultatiefstelling enz., Indische Oids 1916, I, blz. 38.

3) Vgl. T. J. Bezemer, De inlandsche dorpsgemeenschap op Java (broch. Holl. Drukk. 1916), blzz. 43—44.