is toegevoegd aan uw favorieten.

Neutraliteit der overheid in de Nederlandsche koloniën jegens godsdienstzaken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleefden die regelingen nog aan: 1°. dat zij het door Van Heutsz nieuw ingevoerde onderwijsstelsel van scheiding tusschen volks- en standaardonderwijs niet kenden, en 2°. dat zij, onder zekere voorwaarden, ook de gelegenheid boden „om maar raak scholen op te richten en voor elke opgerichte school een wissel te trekken op den financieelen steun van de regeering" J). De regeling voor Halmaheira en Nieuw-Guinea b.v. leidde tot „sprongsgewijze stijgende subsidies" en heeft daarbij nog dit nadeel, dat „door de verplichte restitutie der landsuitgaven, de onderwijskosten feitelijk komen ten laste der zelfbesturen, die echter, evenmin als de betrokken bestuursambtenaren, den minsten invloed vermogen uit te oefenen op het op te richten aantal scholen, noch op de inrichting van het gegeven onderwijs"2). Om aan al deze bezwaren tegemoet te komen, werd de z.g.n. „Soemba-regeling" (7) ontworpen. Zooals deze regeling haar beslag kreeg in het gouvernementsbesluit van 31 Maart 1913, no. 44 (Ind. Stb. 1913, no. 309), kwam zij hierop neer, dat de zorg voor het inlandsch onderwijs in de tijdelijke afdeeling Soemba8) der residentie Timor en onderhoorigheden voorloopig voor het tijdvak 1 Juli 1913 tot en met 30 Juni 1923 werd opgedragen aan de zending der gereformeerde kerken in Nederland, terwijl de onderwijszorg in de tijdelijke afdeeling Flores3), met uitzondering van het landschap Adoenara, voor zoover het niet betrof onderwijs, gegeven aan Roomschkatholieke meisjesscholen, tot en met 31 December 1922 werd opgedragen aan de missie van de orde der Jezuieten, welke bij Ind. Stb. 1914, no. 791, werd vervangen door de missie van de Congregatie der paters van het Goddelijk Woord te Steyl. De door deze corporatie opgerichte scholen worden onderscheiden in standaardscholen, overeenkomende met de

1) C. Lulofs, De Soemba-onderwijsregeling, Tijdschrift binnenlandsch bestuur

1913 (dl. 45), blz. 179.

2) Lulofs, blz. 175; zie ook blz. 179 (noot).

3) De residentie Timor en onderhoorigheden is met ingang van 1 April 1915

definitief verdeeld in vijf afdeelingen: Zuid-Timor en eilanden, Noord- en Midden-

Timor, Soemba, Flores en Soembawa (Ind. Stb. 1914, no. 743).

11