is toegevoegd aan uw favorieten.

Neutraliteit der overheid in de Nederlandsche koloniën jegens godsdienstzaken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevoegd bij de uitdrukkelijke bewoordingen, waarin het onderwijs aan de zending wordt overgedragen en de inrichting van dat onderwijs aan haar wordt overgelaten (zie de „opdracht" in het „Ten zesde" en de §§ 3 en 4 van Ind. Stb. 1913, no. 309), konden wel niet nalaten bij velen zorg te baren, dat deze vrijbrief aan de zending voor bijkans al haar doen en laten, bij den inlander wellicht weder de oude, verkeerde voorstelling zou wekken, als zou de Nederlandsche staat niet slechts een „Christelijke", maar ook een „doopende" staat zijn.

Om aan de bezwaren van staatsrechtelijken aard, ingebracht tegen de artt. 6 en 7 van Ind. Stb. 1913, no. 309, waarbij het inlandsch onderwijs op Soemba aan de zending en op Flores aan de missie werd opgedragen, tegemoet te komen, gaf Ind. Stb. 1915, no. 620, regels, volgens welke dezelfde corporaties voor hetzelfde tijdvak (voor Soemba tot 1 Juli 1923, voor Flores tot 1 Januari 1923) thans subsidiën uit 's lands kas konden erlangen voor de oprichting en instandhouding van scholen voor de inlandsche bevolking. Volgens een besluit van den Gouverneur-Generaal van 28 October 1915, no. 4 (Ind. Stb. 1915, no. 621), dat de gewraakte artt. 6 en 7 van Ind. Stb. 1913, no. 309, intrekt, zal in de nieuwe regeling geen wijziging worden gebracht dan na overleg met de betrokken zendingscorporaties. Wordt geen overeenstemming verkregen, of worden vóór 1 Juli 1923 op Soemba, en vóór 1 Januari 1923 op Flores van gouvernementswege, of met subsidieering uit andere publieke fondsen, andere inlandsche scholen opgericht en ziet de zendingscorporatie zich daardoor genoodzaakt hare onderwijstaak neer te leggen, dan worden de aanspraken van de corporatie op volledige vergoeding van de door haar gemaakte kosten erkend. Zooals minister Pleyte, op een desbetreffende vraag van De Meester, uitdrukkelijk constateerde, is het onderwijs dus nu nergens meer „uitbesteed". „De opdracht", aldus de minister, „van de zorg voor het onderwijs aan de zending is vervallen en daarvoor is in de plaats gekomen een eenvoudige subsidieregeling, d.w.z. een regeling van de voorwaarden, waaronder