is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzameling voorschriften betreffende het inlandsch onderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

; Art. 4±. (,1) Het schoolgeld wordt vóór of op den I laatsten dag der maand, in welke het onderwijs is genoten, aan het hoofd der school afgedragen.

(2) De onderwijzer stort de schoolgelden vóór of op den 15den van de daarop volgende maand in 's Lands kas. Het Hoofd van gewestelijk bestuur is bevoegd, om ten aanzien

„van Inlandsche scholen in zijn gewest, die niet zijn gelegen . op plaatsen, waar een landskas is gevestigd, in bijzondere gevallen, te zijner beoordeeling, afwijking van het even gesteld -voorschrift toe te staan, en zulks te dien effecte, dat de overstorting eerst plaats behoeft te hebben vóór of op den 15den dag der maand, volgende op de laatste maand van een afgeloopen kwartaal, met dien verstande, dat overstorting steeds dadelijk moet volgen zoodra het over te storten bedrag f 75 (vijf en zeventig gulden) of meer beloopt (1).

(3) (2).

Art. 42. (1) Het schoolgeld is verschuldigd over de maanden, gedurende welke de leerling als zoodanig is ingeschreven, ook over die, waarin het hoofd der school van of namens belanghebbenden de mededeeling ontvangt, dat de leerling de school verlaat.

(2) Kinderen, voor wie het schoolgeld gedurende drie maanden niet is betaald, worden, acht dagen na vruchtelooze waarschuwing, door de schoolcommissie verwijderd, totdat het verschuldigde geheel is aangezuiverd.

Art. 43. Geen schoolgeld wordt geheven:

a. over één maand voor den duur der in artikel 12 genoemde

vacantie;

b. en op de scholen der le klasse over de maanden of weken,

gedurende welke de school om eenige reden door de schoolcommissie langer dan een week is gesloten geweest.

Yoor elke week wordt Yi (één kwart) der over de maand verschuldigde schoolgelden niet in rekening gebracht.

§ 8. Inwerkingtreding der bepalingen.

Art. 44. Dit reglement treedt voor elke school in werking, tegelijk met de indeeling, bedoeld in de Overgangsbepaling van het Koninklijk besluit van 28 September 1892 n°. 44 (Indisch Staatsblad 1893 n°. 125) (3).

t1) Aldus luidt alinea 2 van artikel 41. eerst gewijzigd bij § I sub a van Gouv. besl. 29 December 1906 n°. 22 (Stbl. 1906 n°. 554), blz. 115, ingevolge Gouv. besl. 24 Juli 1909 n°. 32 (Stbl. 1909 n°. 394).

Voor vergoeding van reiskosten bij storting van schoolgelden, zie Gouv. besl. 12 Augustus 1911 n°. 44, blz. 141.

(a) Alinea 3 van artikel 41 is buiten werking gesteld bij Gouv. besl. 29 December 1897 n°. 20 (Stbl .1897 no. m).

(3) Blz. 4.