is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzameling voorschriften betreffende het inlandsch onderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gegeven de bij het volgend artikel voor de kweekelingen vereischte kennis te bezitten, doch grondiger, zoomede eenige kennis van de aardrijkskunde van het gewest van inwoning en de omliggende gewesten (*);

/. zij, die met gunstigen uitslag het eindexamen van eene der daartoe door den Gouverneur-Generaal aangewezen gesubsidieerde particuliere kweekscholen voor Inlandsche onderwijzers hebben afgelegd (2).

(2) Benoembaar tot eersten hulponderwijzer zijn uitsluitend de sub o bedoelde personen.

Artikel 6.

Tot kweekeling zijn benoembaar:

1°. de bij het inwerkingtreden dezer verordening in dienst

zijnde kweekelingen;

2°. zij, die met voldoenden uitslag examen hebben afgelegd volgens ondervolgend programma:

a. de taal, waarin onderwijs gegeven wordt op de scholen, waar zij werkzaam zullen worden gesteld, te kunnen lezen, zoowel in het eigen letterschrift als in het Latijnsche en wel zoodanig, dat het gelezene blijkt te worden begrepen en te kunnen worden verklaard;

b. die taal met eene goede hand te kunnen schrijven, zoowel met eigen letterschrift dier taal als met het Latijnsche;

c. voldoende kennis te bezitten om onderwijs te geven in de vier hoofdbewerkingen der cijferkunst met geheele getallen, zoomede met gewone en tiendeelige breuken en vaardigheid te bezitten in het schriftelijk en mondeling oplossen van vraagstukken tot toepassing dezer hoofdregels;

d. waar het onderwijs niet in het Maleisch wordt gegeven, eenige kennis van die taal en haar te kunnen lezen en schrijven met Arabisch en Latijnsch letterschrift (3);

3°. .zij, die met voldoenden uitslag hebben afgelegd het examen van toelating tot een kweekschool voor de vorming van Inlandsche onderwijzers, behoudens, voor zooveel op de school, door de candidaten afgeloopen, het Maleisch met Arabisch en Latijnsch letterschrift niet tot de leervakken behoort, het met gunstig gevolg afleggen van een aanvul-

f1) Aldus luidt punt e ingevolge § I van ord. 23 Mei 1908 (Slbl. 1908 no. 382).

(2) Punt f is aan artikel 5 toegevoegd bij § I van ord. 10 September 1907 (Stbl. 1907 no. 392).

(3) Punt d is aan artikel 6 toegevoegd bij § II van ord. 23 Mei 1903 (Stbl. 1908 no. 382).