is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzameling voorschriften betreffende het inlandsch onderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij de toekenning der verdere verhoogïngen in den nieuwen rang, echter met dien verstande dat nimmer meer dan het voor den nieuwen rang vastgesteld aantal verhoogingen wordt genoten.

Artikel 3 bis (1).

"Wanneer leerkrachten voor overplaatsing in aanmerking komen, maar overplaatsing in denzelfden rang niet mogelijk is en zij daarom door den Directeur van Onderwijs en Eeredienst uit hun betrekking ontslagen en met de waarneming «ener lagere betrekking belast worden, genieten zij de minimum-bezoldiging dier lagere betrekking, met zooveel van de daaraan verbonden verhoogingen als noodig zijn, om zoo dicht mogelijk bij hun vorige bezoldiging te komen, zonder die te overtreffen.

Artikel 4.

Hulponderwijzers boven de formatie, als bedoeld in artikel S der Regelen, vastgesteld bij de ordonnantie van 5 Juni 1893 (Staatsblad n5 127), zooals dat artikel luidt ingevolge de ordonnantie van 30 December 1897 (Staatsblad n! 302), worden bezoldigd op denzelfden voet als de hulponderwijzers, genoemd in artikel 1 onder IV sub a dezer Bepalingen.

Artikel 5.

Zij, die in het bezit zijn van een bewijs van met gunstigen uitslag afgelegd eindesamen eener gesubsidieerde particuliere kweekschool voor Inlandsche onderwijzers, door den Gouverneur-Generaal aangewezen als eene inrichting, waarvan dat bewijs den bezitter benoembaar maakt tot hoofd van de scholen der lste klasse, worden, bij benoeming tot den rang van hulponderwijzer of onderwijzer bij het openbaar Inlandsch lager onderwijs, bezoldigd op denzelfden voet als is vastgesteld voor hen die het eindexamen eener Gouvernementskweeksehool voor Inlandsche onderwijzers met gunstigen uitslag hebben afgelegd.

Overgangsbepaling.

Artikel 6.

Met uitzondering van de hoofdonderwijzers en de onderwij-

t1) Dit artikel is ingelascht ingevolge art. 1 van Gouv. besl. 16 Maart 1914 no. 56 (Stbl. 19U n<>. 273).