is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzameling voorschriften betreffende het inlandsch onderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoomede in de gymnastiek f 150.— (een honderd vijftig gulden) 's maands tot f 200.— (twee honderd gulden) 'g maands *

voor bezoldiging van inlandsche onderwijzers f 100.— (een honderd gulden) 's maands tot f 200.— (twee honderd gulden) 's maands (2);

voor toelagen: aan dertig kweekelingen f 12.— (twaalf gulden) 's maands ieder, en aan twintig kweekelingen f 15.— (vijftien gulden) 's maands ieder (3);

voor verder ondergeschikt personeel f 70.— (zeventig gulden) 's maands (*);

voor schrijfbehoeften en leermiddelen f 100.— (een honderd gulden) 's maands (5);

voor onderhond en aanmaak van meubilair f 100.— (een honderd gulden) 's maands (5);

c. dat zoowel de europeesche als de inlandsche onderwijzers, met uitzondering van den onderwijzer voor het teekenen, vrije woning genieten in de onmiddellijke omgeving van de kweekschool;

t1) De vakken gymnastiek en rechtlijnig teekenen zijn van het programma der kweekscholen afgevoerd bij art. 1, § V, van Gouv. besl. 12 December 1884 n<>. 7/c (Stbl. 1884 no. 221). Bij § VI daarvan, blz. 236, is voor handteekeningen f 50 's maands beschikbaar gesteld. De tegenwoordige bezoldiging der teekenonderwijzers wordt beheerscht door Gouv. besl. 1 Maart 1913 no. 41 (Stbl. 1913 n°. 271), blz. 258.

(2) De formatie van het Inlandsch onderwijzend personeel aan de scholen te Bandoeng en Probolinggo wordt thans beheerscht door art. 1, § III, van Gouv. besl. 12 December 1884 no. 7/c (Stbl. 1884 no. 221). blz. 234, juncto art. 1, § III, van Gouv. besl. 6 Februari 1897 n°. 5 (Stbl. 1897 no. 59), blz. 239. Voor zooveel de bezoldiging van dat personeel aangaat, zie thans Gouv. besl. 1 Maart 1913 no. 41 (Stbl. 1913 no. 271), blz. 258.

(s) Thans genieten alle kweekelingen f 10 'smds., zie art. 10, al. 1, van het Rgl. in Stbl. 1894 n°. 100, zooals die alinea luidt ingevolge art. 1, § I, van Gouv. besl. 27 November 1902 no. 25 (Stbl. 1902 no. 432), blz. 210, en art. 9, al. 1, van het Rgl. in Stbl. 1912 no. 181, blz. 201. Voor het aantal kweekelingen zie art. 1, § a, van Gouv. besl. 16 December 1872 no 3 (Stbl 1872 no. 227), blz. 231, voor zooveel betreft de kweekschool te Amboina, en art. 2 van het Rgl. in Stbl. 1912 no. 181, blz. 199, voor zooveel betreft de overige kweekscholen.

[*) Voor Bandoeng en Probolinggo bij art. 1, § V, van Gouv. besl. 6 Februari 1897 no. 5 (Stbl. 1897 no. 59), blz. 239, ingetrokken tegen beschikbaarstelling van f 40 'smds. voor bezoldiging van bedienden; voor Probolinggo is dat bedrag van f 40 bij Gouv. besl. 19 Januari 1909 no. 2 (Stbl. 1909 no. 34), blz. 243, met f 10 'smds verhoogd. Voor Fort de Koek en Amboina is de som van f 70 bij art. 1 van Gouv. besl. 3 Juli 1905 no. 29 (Stbl. 1905 no. 365), blz. 240, gebracht respectievelijk op f 50 en f 45 'smds.

(5) Voor Bandoeng en Probolinggo bedragen de fondsen voor schrijfbehoeften en leermiddelen en voor onderhoud en aanmaak van meubilair te zamen thans f 150 's mds + boven dat bedrag, f 1.50 's mds voor eiken leerling die boven het aantal van 100 leerlingen tot de school wordt toegelaten (§ II van Gouv. besl. 9 Februari 1908 no. 11 in Stbl. 1908 no. 129, blz. 242); voor Fort de Koek zijn de fondsen voor beide doeleinden samen bij § II van Gouv. besl. 11 Maart 1909 no. 18 (Stbl. 1909 no. 196), blz. 244, op ten hoogste f 150 'smds. gebracht.