is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzameling voorschriften betreffende het inlandsch onderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(2) De aanvrager van deze subsidies zal ten genoegen van den Gouverneur-Generaal moeten aantoonen dat bij de raming of het maken van de in het vorig lid bedoelde kosten gepaste zuinigheid is betracht, en dat de nieuwe of de verbouwde dan wel vernieuwde gebouwen voldoen of zullen voldoen aan billijke eischen van geschiktheid en goede constructie.

(3) De subsidie, bedoeld sub a, wordt voor eene nieuw oj: te richten school niet toegekend dan nadat de noodige waar borgen zijn verkregen dat zij zeker zal geopend worden er dan zal voldoen aan de voorwaarden voor verkrijging var verdere subsidies.

(4) De aanvrager verbindt zich om, ingeval de schooi binnen den tijd van 10 jaren na hare eerste subsidieering a dan niet op den voet dezer regelen ophoudt te bestaan, de uil hoofde van dit artikel genoten gelden, verminderd met 5 per cent voor elk jaar gedurende hetwelk de school subsidie ge noot, te restitueeren en om, bij gebreke daarvan, het schoolge bouw met alles wat daartoe behoort onbezwaard aan het Gou vernement over te dragen.

Artikel 3 (J)

(1) Als jaarlijksche subsidie (2) wordt ten hoogste toe gekend:

a. voor iederen leerling, die van de kweekschool kost en in woning geniet, als tegemoetkoming daarin, f 8.— 's maand* en als tegemoetkoming in verdere uitgaven f 3.50 's maands gedurende ten hoogste 5 jaren;

b. voor iederen leerling, die van de kweekschool al dan nie inwoning, maar geen kost geniet, ƒ 3.50 's maands gedu rende ten hoogste 5 jaren;

c. 1°. voor iederen Europeeschen onderwijzer respectievelijli

f 200.—, f 175.— en f 150.— 's maands, naarmate hi, in het bezit is van de akte van bekwaamheid als hoofd onderwijzer of onderwijzer bij het Europeesch lage: onderwijs, dan wel aan de genoemde voorwaarden nie voldoet, doch door den betrokken inspecteerenden ambl tenaar van het Inlandsch onderwijs geschikt is ver klaard tot het geven van onderwijs aan de kweekschool in de vakken, genoemd in artikel 5, al dan niet met ini begrip van het teekenen,

met dien verstande dat voor een tweeden, derden:1

t1) Aldus luidt artikel 3 ingevolge art. 1, § I der ord. 7 Juni 191 (Stbl. 1911 no. 359).

(2) De jaarlijksche subsidies in de Buitenbezittingen, voor zooveel be treft scholen ten behoeve van welke over het voorafgaande jaar reedi zoodanige subsidiën zijn genoten, thans door de Hoofden van gewestelij bestuur te verleenen onder nadere goedkeuring van den Dir. O. E. (Ore 9 December 1914 in Stbl. 1914 n°. 750. blz. 729).