is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzameling voorschriften betreffende het inlandsch onderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vierden enz. onderwijzer geen subsidie word verleend, wanneer het getal der leerlingen niet meer dan 50, 100, 150 enz. bedraagt;

2°. voor het bezit van een bewijs van met goed gevolg afgelegd examen in de Maleisehe taal en de land- en volkenkunde van Nederlandsch-Indië wordt de ingevolge sub 1°. competeerende subsidie verhoogd met f 50.— 's maands, terwijl het bezit van een bewijs (bewijzen) van met goed gevolg afgelegd examen in een (meer) inheemsche taal (talen), anders dan de Maleisehe taal, per maand een nadere verhooging met zieh brengt ten beloope van de helft van het bedrag dat voor het bezit van dat bewijs (die bewijzen) aan de Europeesche onderwijzers bij de Gouvernements kweekscholen voor de vorming van Inlandsche onderwijzers maandelijks wordt te goed gedaan, indien genoemde Europeesche onderwijzers daarvoor een belooning ontvangen (*); 3°. voor den Europeeschen onderwijzer, die met de leiding van het internaat der kweekschool is belast, bovendien f 25.— 's maands;

d. voor iederen Inlandschen onderwijzer, in het bezit van een diploma van met gunstig gevolg afgelegd eindexamen eener gesubsidieerde particuliere kweekschool of van een diploma, dat hem benoembar maakt tot hulponderwijzer bij het openbaar Tnlandsch onderwijs, die door den betrokken inspecteerenden ambtenaar van het Inlandsch onderwijs tot het geven van onderwijs aan de kweekschool geschikt is verklaard f 45.— 's maands; met dien verstande dat voor een tweeden, derden, vierden enz. onderwijzer geen subsidie wordt verleend, wanneer het getal der leerlingen niet meer dan 25, 50, 75 enz. bedraagt;

van het bezit van een diploma als bovenbedoeld kan gedurende de eerste .10 jaren na de vaststelling dezer regelen vrijstelling worden verleend.

(2) Aan kweekscholen, waar, ter voorziening in een naar het oordeel van den Gouverneur-Generaal werkelijk bestaande behoefte, ook onderwijs wordt gegeven in de Nederlandsche taal en die taal zooveel doenlijk voermiddel bij het onderwijs is, wordt

1°. de subsidie, in het eerste lid bedoeld sub n en b, toegekend

gedurende ten hoogste 7 jaren;

2°. de subsidie, in het eerste lid bedoeld sub c, onafhankelijk van het daar genoemd aantal leerlingen, toegekend voor ten hoogste vijf Europeesche onderwijzers.

(*) Vide punt k op blz. 251.