is toegevoegd aan uw favorieten.

Honderd brieven aan de redactie van het Bataviaasch Handelsblad

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5e Brief. — Waarom Holle gehaat was en waarom de suikerboeren het vertikken om aan opheffen mee te doen.

19 Maart 1911.

De meest gehate man in de Preanger was wel K. F. Holle.

Het volk ging liever twintig paal verder in het Tjikadjangsche werken onder vloekende administrateurs dan op zijn thee-onderneming, enkel en alleen omdat hij hen met geweld wou „opheffen". Louter uit wraak, hebben ze nooit iemand zóó beduveld als den ouwen Holle.

De hoofden deden er als om strijd aan mee. Van dien blanda viel nu nog eens eer te behalen. Je had, behalve de zoete wraak en 't genot van de fopperij, nog kans op een groote ster ook, want de oude heer was Adviseur Honorair voor lnlandsche Zaken en had 't oor van de Regeering. Het allermeest werd hij „genomen" door Hadji Mohamad Moesa, den panghoeloe, en dan kwam Raden Karta Winata. De eerste „dweepte" met zijn werkwijze, maar... plantte nooit op rijen en ploegde op de meest ouderwetsche wijze.

— Nou zal ik je eens wat laten zien, zei de ouwe Holle, en hij kwam met een heel mager padi-sprietje en een grooten halm èn met een brief van Karta Winata. Het sprietje was een tjonto van de bibit, zooals die volgens de inlandsche werkwijze verkregen werd, en de halm was volgens Holle's voorschriften behandeld.

— Zeg, wat ben jij voor 'n vent Karta, zei ik later tegen hem, wat heb j ij den ouden Holle er schandelijk tusschen genomen.

Karto wilde er eerst om liegen, maar zei toen:

— Och, je doet er den ouwen heer zoo'n groot genoegen mee!

Die halm was niet eens meer bibit; 't was een flinke halm; maar als je nu eenmaal dertig, veertig jaren lang gefopt bent geworden en adviseur bent, en als je zingt:

Van Gorcum, Pies en ik,

We weten 't op een prik,

nu, dan kan de fopperij van de grofste soort wezen. Je bent er blind door geworden.