is toegevoegd aan uw favorieten.

Honderd brieven aan de redactie van het Bataviaasch Handelsblad

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Weet je wat misschien een groote domheid van me is geweest? Van mij en van zooveel collega's? Dat we zoo naïef waren om te denken, dat wij nog heel veel van Kromo hadden te leeren om met succes op te heffen. Toen ik mijn diploma had en afscheid nam van de Proffen, zeiden ze me: Opheffertje, nou heb je juist zooveel geleerd om met kans op succes je verder te bekwamen en een bruikbaar opheffer te worden.

— Ik geloof nooit, dat het échte Proffen waren, die bescheiden menschen, en ze hebben dan ook de Indische Inrichting lekkertjes opgedoekt. Het idee, om te vertellen dat ze je zóó weinig geleerd hadden, dat je, nadat je je aan hun wijsheid had gelaafd, nog een bruikbaar mensch worden moest!

En mijn eerste chefs zeiden me: Opheffertje, verkoop nu niet al te veel wijsheid, geef ons geen koopjes; wij hopen, dat je een bruikbaar ambtenaar worden zult.

Zoodra ik boekenwijsheid begon uit te kramen, stuurden ze me de dessa in onder het motto „Van Kromo is nog veel te leeren". Je zat dan 's avonds uren lang met Kromo te gezelzen. Je hadt van die leuke, ouwe types, een tulband op, ingevallen wangen, kleine lachoogies en veel rimpels.

Het volle leven was over die types heengegaan en wat konden ze je aardig allerlei wenken geven. Nooit kwetsend, vol humor, nimmer hard of afbrekend in hun oordeel.

Ik heb, tot voor een paar maanden, altijd gedacht, dat mijn ouwe Proffen en mijn oude chefs gelijk hadden; ik heb altijd gedacht, dat ik aldoor moest leeren. Ik dacht altijd: Pas op, Opheffer, vraag en overleg eerst eens.

Ik dacht, dat scholen — lagere, middelbare, hoogere — voorbereidingen waren voor het leven en dat de échte studie pas begon zoodra je in 't volle menschenleven geplaatst was.

Neen, de breede blik krijg je aan de Hooge scholen. Als je geen Hooger onderwijs hebt gehad, mis je den breeden blik.

Nu heb je, dat wil ik toegeven, een grootere kans om een ruimer denkend mensch te worden, want er bestaat kans, dat er onder de Proffen mooie figuren voorkomen, en maar één heeft er een mooie vonk van enthousiasme te ontsteken en hij brengt de menschheid een eindje verder.

Doen ze het? Hébben ze de mooie, echte voeling met hun leerlingen? Kénnen ze hun leerlingen?