is toegevoegd aan uw favorieten.

Honderd brieven aan de redactie van het Bataviaasch Handelsblad

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hadden gedaan; dat ging in onbetaalden arbeid, ter wille van de wetenschap; een 200-tal Kromo's sjouwden den geleerde naar boven en een 60-tal picolden eetwaren en instrumenten de bergen op. Wat de tijden toch veranderen! Junghuhn was een kraan en een fijnvoelend mensch, een groot man en een braaf man en toch vond hij het de natuurlijkste zaak van de wereld om een 200-tal Kromo's dagen, soms weken lang zonder betaling met zich mee te laten sjouwen. Wat zullen die arme drommels geklappertand hebben! Want het kan meer dan vinnig koud zijn op die bergtoppen. De hoofdherinnering van die oude Kromo's, die in hun jeugd meegeweest waren, was dan ook steeds die van kou.

„Het gemakkelijkst was de berg te bestijgen van den zuid-oostkant en de laatste kampong was R."

Nu ging ik per trein naar R.; het was geen laatste gehuchtje meer, maar een groote dessa, standplaats van een controleur; er was een dicht bevolkte 2e klasse school. Ik moest een 12 palen rijden door groote dessa's, vervolgens door koffie- en cacao-ondernemingen en nog een heel, héél eind klimmen voor ik aan 't laatste gehucht was. Daar woonde een broodmagere, stokoude Kromo met een allervriendelijkst gezicht en met die onbevangen hartelijkheid, die eenzaamwonende bergbewoners hebben. Deze oude Kèh kende den weg en hij had op den top getapat.

— Hoe kwam je daar zoo toe ?

— Nu —zoo vertelde de oude—, ik woonde hier al jaren en eens of tweemaal per jaar kwam hier een inwoner van Banjoemas of Bagelen langs om op den top in stille afzondering te tapa. Er is een vervallen tjandi op den berg en wie daar 40 dagen vastende doorbrengt verkrijgt bovennatuurlijke krachten.

— Heb jij die dan ?

— Ja zeker, en ik zal mijnheer begeleiden en hem zal geen ongeluk overkomen.

Ik had meer van die taaie oudjes ontmoet, niets dan been en pezen, en de

stokoude heer was zoo'n gezellige babbelaar, dat ik zijn aanbod aannam.

Den volgenden morgen ging het verder. Eerst door het reusachtige ravijn van de T.-rivier. Het wemelde er van herten en tijgersporen. Kèh had zich van mijn geweer meester gemaakt. Ik merkte later, dat hij dit uit voorzorg deed en dat hij benauwd was dat ik een dier zou schieten. Hij had macht over alle dieren maar.... dan moest men ze ook geen kwaad doen. De kammen der bergruggen werden steeds steiler en smaller. Ik had wel 20 malen berouw, dat ik weer