is toegevoegd aan uw favorieten.

Honderd brieven aan de redactie van het Bataviaasch Handelsblad

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijna de geheele christenheid en de geheele Islam staan hier schouder aan schouder; dat wéét Ki Wiroloekito; maar hij doet alsof hij het niet weet, en het is hieraan dat men het recht ontleent om èn het artikel zelf èn de opname ervan zijn verachting te schenken.

38ste Brief. — Waarom opheffer gesignaleerd staat als kort aangebonden en Kromo geen koeli wil zijn. Opheffer verliest weer een illusie.

22 November 1911.

Opheffer zal zijn wandeling met den heer Idenburg maar eens voortzetten.

— Excellentie, trekt u zich van 't krantengeschrijf nog wat aan?

— Ik ga er onder gebukt.

— Dat is verkeerd; niet zoo aantrekkelijk zijn. Ik denk, dat de fout hem hierin zit, dat u véél te weinig aangevallen wordt. Ik herinner me nog héél goed de eerste maal, dat ik op een schunnige manier belasterd werd in een klaagbrief aan den gouverneur-generaal. Opheffer woest. Ik liet mijn paard zadelen en reed naar de onderneming van den lasteraar; die was in zijn fabriek; ik naar de fabriek, de karwats in de hand. Ik scheen iewat onvriendelijk te kijken, want hij vond 't beter hem te smeeren, had heelemaal geen vertrouwen in den bijstand van de aanwezige mandoers en koelies.

Sedert dien tijd staat er altijd in mijn conduite: „Is wat kort aangebonden". Al gedraag ik me al jaren lang als een schaap, de eene beoordeelaar neemt 't van den ander over. Ik roep alle lezers van de Opheffertjes tot getuigen: zijn mijn brieven niet een en al kalmte? Enfin, ik moest me verantwoorden op de aanklacht en schreef een langen, woesten brief. Den ouwe kwam juist op tournee. Keek de eerste en laatste regels in.

— Heb je je niets te verwijten?

— Neen, resident, al dat gift is gedistilleerd uit mijn hulpvaardigheid.

— Nou, denk er in 't vervolg aan, dat zulke lange brieven tóch niet gelezen worden.

Toen werd ik geplaatst in een afdeeling waar veel vuile rommel te ruimen

§