is toegevoegd aan uw favorieten.

Honderd brieven aan de redactie van het Bataviaasch Handelsblad

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

s

daar schoof hij weer mijn kantoor'binnen. Was het, omdat ik koortsig was, of omdat ik gehoord had, dat hij géén brave Kromo was, of omdat ik pas tot de 500ste vraag van het Welvaart-onderzoek gevorderd was? Ik weet het niet meer, maar wèl weet ik, dat ik kregelig, kort aangebonden was en Tjitrosono onvriendelijk, bits ontving. En Tjitrosono maakte in antwoord daarop een sembah!

Neen maar! Ik had net zoo lief een klap in mijn gezicht gehad.

Ik las eens: Vaster is het vers dan marmer, weeker dan was, trillender dan een snaar, schitterender dan een juweel, geurend als bloemen, scherp als een zwaard, buigbaar als een jonge plant, zacht als een liefkoozing en vreeselijk als de donder.

Nu, een sembah kan een gedicht zijn, een liefkoozing, een ding van schoonheid en gratie, liefelijk, bevallig, innemend, maar het kan ook zijn een verwijt, een beleediging; het kan verachting en minachting uitdrukken, haat zelfs, en het kan den westerling zoo welsprekend zeggen: wat zijn jullie onwellevend.

Kijk, daar had Opheffer met die enkele sembah een lesje gekregen, dat hem héél zijn leven heugen zal.

50ste Brief. — Wellevendheid de eerste Deugd.

7 Januari 1912.

De menschen hebben behoefte aan een houvast in hun leven, aan een richtsnoer, een leidraad.

„Maak ons goden, die voor ons aangezicht gaan", riepen de kinderen Israëls, toen zij zich, door het lange wegblijven van Mozes, roerloos voelden.

En de vromen laten zich leiden door het Woord Gods, maar voor hoevelen zijn niet de letters de goden geworden, die voor hen wandelen?

De Javanen prenten elkaar in, dat wellevendheid de grootste deugd is. „Je bent onwellevend", koerang adjar, is wel de grootste beleediging. Een goed opgevoed mensch is wellevend tegenover de geringsten en dit wordt den Javanen óók geleerd. Een regent gebruikt ook hooge, fijne woorden, als hij tot ouderen spreekt, al zijn die oudjes geringe menschen. Heel wat Hollanders, die zich verbeelden Javaansch te kennen, zondigen in dit opzicht tegen de étiquette. Hoe fijner men de nuances van beleefdheid kent, hoe hooger men staat aange-