is toegevoegd aan uw favorieten.

Honderd brieven aan de redactie van het Bataviaasch Handelsblad

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de lui met brutale onverschilligheid. De tweede was een blijmoedig Christen en nu, nu blijkt, dat na een beetje durf het uitgegeven geld een geweldige rente opbrengt. Nu leest men van „ongekenden bloei". Te kleine havens, overbelaste spoorwegen. Zeker, daar ben ik blij om: maar komt de ergernis niet boven, als men bedenkt dat we deze periode reeds 20 jaren eerder konden gehad hebben, als die zeurkousen, die kruieniers, die krentenkakkers Indië's ontwikkeling niet 30 jaren lang hadden tegengehouden?

En nóg worden er kolommen vol gewaarschuwd en den minister vooral groote voorzichtigheid en behoedzaamheid aanbevolen. Zouden die zeurkousen ooit vermoeden, hoeveel kwaad ze gedaan hebben?

Als ik dan verder lees in de Staatsbladen, vind ik in no. 194/195 allerlei sympathieke posten, allemaal op durf wijzende; maar daar komt de post

69ste Brief. — Vóór alles afkoop van eigendomslanden.

5 Juni 1912.

Hemeltje, wat heeft u daar een keel opgezet. Ik schrok heusch van u bij 't lezen van het hoofdartikel: „De wegen in ons gewest". Ik kreeg een heel orkest in mijn ooren, ik hoorde bassen, fluiten, trompetten, maar net of de uitvoerenden niet nuchter waren, zoodat het geen harmonisch geheel vormde. Zou de dirigent soms dronken zijn geweest van verontwaardiging?

Permiteert u dat ik een douche toedien?

Tot voor korten tijd waren de heeren landeigenaren heel tevreden over hun wegen. Als ik eens van hen hoorde over den abominabelen toestand der wegen en bruggen, zoo scherp afstekend bij die in de gouvernements-landen, dan verklaarden zij dat de toestand „zeer voldoende" was. Bij het wegrijden in een lichte Américaine (een zwaarder voertuig zou onbruikbaar zijn) werd je nog nageroepen: denk om de brug over de Tjidoerian!! Voorde brug stonden de paardjes stil en snoven, hadden niks geen zin om er overheen te gaan. Qaten gestopt met padistroo. — De woningen waren vorstelijk en 20, 30 erfkoelies onderhielden zonder betaling een vorstelijk park.

Als in al die jaren die 30 man eens aan de wegen gezet waren, dat zou voor elke onderneming een 11000 dagdiensten 'sjaars geweest zijn en het wegennet zou nu uitstekend zijn; nu zijn alleen de grasgazons prachtig.