is toegevoegd aan uw favorieten.

Honderd brieven aan de redactie van het Bataviaasch Handelsblad

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3

dat alle kaïnergenooten mee-eten. Dat het nutteloos is, om aan het in het slot van den brief van den directeur van justitie uitgedrukt verlangen te voldoen. Als de hoeveelheid nu per se bepaald moet worden, dan: rijst, maximum 6 borden, vleesch en visch voor een waarde van ten hoogste ƒ 1.—; vruchten voor een waarde van ten hoogste 50 centen; suiker en koffie voor ten hoogste 50 centen; gebak voor een waarde van 25 centen; tabak 1 katti.

Diagnose: royale vent, geschikt voor resident.

Nu weet ik niet welk advies te volgen.

Dat van 5 centen of dat van ƒ1.—; of ik zeggen zal 4 pisangs dan wel 100 pisangs.

Na heel lang beraad en rijp nadenken heb ik maar een groote blauwe S op den brief geschreven.

S beteekent Snert.

96ste Brief.— Over de Inlandsche Gemeente-ordonnantie.

23 April 1913.

Ik mopperde laatst, dat er zoo weinig mooie ordonnanties uitkwamen.

Er zijn er toch wel, waar ik schik in heb.

Een er van is de z.g. inlandsche gemeente-ordonnantie, afgekondigd bij Staatsblad 1906 No. 83 en gewijzigd bij Staatsblad 1910 No. 591.

U moet weten, dat ik merk, dat ik te vroeg geboren ben. Ja, dat is mijn schuld niet, en daar is nu eenmaal niets aan te veranderen.

Bezadigd ben ik héélemaal niet. Weet u waar ik ernstig aan denk? Om mijn pensioen aan te vragen en over een jaar of 15 het weer eens te probeeren; misschien wordt er dan meer vreugde aan me beleefd. Mijn voorstellen worden niet kwaad gevonden, maar „praematuur". Nu, dan ben je in ééns uitgepraat; dat is nog haast akeliger dan wanneer de groote heeren het „in beginsel" niet eens met je zijn.

Weet u wat nu zoo leuk is van de betrekking van Opheffer? Dat men zoo zelden weet wat de beginselen der regeering zijn. Ik werk soms heele bundels door en dan weet ik nog niets.