is toegevoegd aan uw favorieten.

Formulierboek voor de rechtspleging bij de inlandsche rechtbanken en gerechten op Java en Madoera

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No. Blz.

104. Verklaring, dat het feit noch misdrijf, noch overtreding daarstelt (art. 240e al. 2). 199

105. Verklaring dat geen voldoende redenen zijn tot verdere vervolging van den verdachte (art. 240e al. 2). 200

106. Last tot terechtstelling voor den landraad ter zake van misdrijf of overtreding (art. 240e

al. 3, 4 en 7). 202

107. Schriftelijke last van den inlandschen officier van justitie tot oproeping der getuigen en het schriftelijk bewijs dier oproeping (art. 240e al. 8). 206

108. Last tot terechtstelling, waarbij de samenvoeging van twee zaken bevolen wordt waarvan de stukken van het voorloopig onderzoek den president van den landraad ongeveer gelijktijdig

zijn toegezonden (art. 240e al. 11). 208

109. Last tot terechtstelling voor den landraad waarbij de zaken van twee verdachten welke bij ééne schikking van den assistent-resident aan den president van den landraad waren toegezonden, gesplitst worden (art. 240e al. 13). 210

110. Last tot terechtstelling vuor den landraad ingeval de stukken van het voorloopig onderzoek betrekking hebben op twee verdachten en de terechtstelling van een hunner niet gelast wordt (art. 240e al. 14). 212

111. Beschikking van den president van den landraad houdende bepaling van eenen naderenden rechtsdag (art. 240f al. 8). 214

§ 4. Van de rechtspleging in zaken van misdrijf.

112. Bevelschrift van den president van den landraad, waarbij gelast wordt dat de beklaagde, die zich niet in hechtenis bevindt en op de gedane oproeping niet ter terechtzitting verschenen is, in hechtenis zal worden genomen, en de behan-