is toegevoegd aan uw favorieten.

Een en ander over coöperatie in Indië, 1908-1917

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geweest zijn; bij de coöperatie moet die er altijd mee gepaard' blijven gaan:

„das ist der Weisheit letzter Schlnsz will man des Leben's Gliick genieszen, man taglich sie erobern musz."

En nn is het zoo hard en brood noodig, dat voor alles onze inlandsche bevolking1 doordrongen zal zijn van het „tagliche er °bern , iets wat voor den Anf>*lo-fïpT*mnQn_

sc.hen volkerenkring min of meer vanzelf sprekend is, maar bij de Aziaten, en vooral de Zuid-Aziaten, eerst moet wortel schie¬

ten en daarna uitgroeien tot de vaste overtuiging, dat er ook een stel zedelijke kwaliteiten voor noodig is (zie het boekje bl. 56); ook in het Tijdschrift B.B. van 1906 weesik op soortgelijke verschillen tusschen Noorden Znid-Europa. Daarom moet de leuze voor de Inlanders luiden, niet alleen onderwijs, maar onderwijs en opvoeding, dus verwezenlijking van het betrekkelijke eerste woord van Van Deventer's ge vleugelden drieterm: educatie, irrigatie, emigratie. Dit zij naast die der onderwijzers vooral, meer en meer de taak en de plicht der bestuursambtenaren, die in den allerlaatsten tijd van veel min of meer onderwetsche of niet tot hun eigenlijken werkkring behoorende directe werkzaamheden zijn ontlast; zij moeten arbeiden eenigszins als zendelingen, maar in plaats van op de basis van geloofsleer en dogma, op die van een o n kerkelijk humanisme, waarvan