is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetboek van strafrecht voor Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 197.

Hij aan wiens scliuld vernieling, beschadiging, wegneming of verplaatsing van een voor de veiligheid der scheepvaart gesteld teeken of verijdeling zijner werking of het stellen van een verkeerd teeken te wijten is, wordt gestraft:

1°. met gevangenisstraf van ten hoogste vier maanden en twee weken of hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden, indien daardoor de scheepvaart onveilig wordt;

2°. met gevangenisstraf van ten hoogste negen maanden of hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden, indien het feit het zinken of stranden van een vaartuig ten gevolge heeft;

3°. met gevangenisstraf van ten hoogste eén jaar en vier maanden of hechtenis van ten hoogste een jaar, indien het feit iemands dood ten gevolge heeft.

Artikel 198.

Hij die opzettelijk en wederrechtelijk eenig vaartuig doet zinken of stranden, vernielt, onbruikbaar maakt of beschadigt, wordt gestraft:

1°. met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren, indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is;

2°. met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren, indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft.

Artikel 199.

Hij aan wiens schuld te wijten is dat eenig vaartuig zinkt of strandt, vernield, onbruikbaar gemaakt of beschadigd wordt, wordt gestraft:

1°. met gevangenisstraf van ten hoogste negen maanden of hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden, indien daardoor levensgevaar voor een ander ontstaat;

2°. met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar en vier maanden of hechtenis van ten hoogste een jaar, indien het feit iemands dood ten gevolge heeft.