is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetboek van strafrecht voor Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schriften van het Burgerlijk Wetboek, heeft geene veroordeeling plaats, dan nadat de nietigheid van het huwelijk is uitgesproken.

Artikel 333.

(1) Hij die opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid berooft of beroofd houdt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren.

(2) Indien het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren.

(3) Indien het feit den dood ten gevolge heeft, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren.

(4) De in dit artikel bepaalde straffen zijn ook van toepassing op hem die opzettelijk tot de wederrechtelijke vrij heidsrooving eene plaats verschaft.

Artikel 334.

(1) Hij aan wiens schuld te wijten is dat iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroofd wordt of beroofd blijft, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.

(2) Indien het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met hechtenis van ten hoogste negen maanden.

(3) Indien het feit den dood ten gevolge heeft, wordt hij gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar.

Artikel 335.

(1) Met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden wordt gestraft:

1°. hij die een ander door geweld of eenige andere feitelijkheid of door bedreiging met geweld of eenige andere feitelijkheid, gericht hetzij tegen dien ander, hetzij tegen derden, wederrechtelijk dwingt iets te doen, niet te doen of te dulden;

2°. hij die een ander door bedreiging met smaad of smaadschrift dwingt iets te doen, niet te doen of te dulden.

(2) In het geval onder 2° omschreven, wordt het misdrijf niet vervolgd dan op klachte van hem tegen wien het gepleegd is.