is toegevoegd aan uw favorieten.

Adres aan den Minister van Koloniën betr. de Djeloetong-concessies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Indien de thans vervolgde delinquenten voor het inzamelen van getah djeloetong de voorgeschreven vergunning aan den controleur te Sampit hadden gevraagd, dan hadden zij van dien ambtenaar dadelijk vernomen, dat de streek, waar zij wilden inzamelen en ook ingezameld hebben, binnen de grenzen van het concessieterrein gelegen was. Het concessieterrein strekt zich toch aan beide oevers der Pemboeang rivier over eene breedte van eenige tientallen kilometers uit en het gebeurt hoogst zelden, dat djeloetongzoekers zich voor hun bedrijf verder dan eenige kilometers van de rivier verwijderen.

Yan willekeur van de zijde van den Vertegenwoordiger der Nederl.-Indische Boschproducten Maatschappij tegenover Inlandsche verzamelaars is ten opzichte van de onderwerpelijke delinquenten geen sprake geweest.

Ik kan U de verzekering geven, dat ik bescherming van den Inlander, tegen willekeur van wien ook, als een mijner eerste plichten beschouw en dienovereenkomstig handel. Aan den anderen kant heeft een concessionaris evenzeer recht op bescherming zijner belangen, wanneer die door Inlanders bedreigd worden.

De aanstaande komst van den nieuwen controleur van Sampit, die den 27sten dezer alhier verwacht wordt, zal het mogelijk maken, de djeloetongzaken in het district Pemboeang afdoende te regelen en vlug recht te verzekeren.

De Resident (w. (j.) L. R.IJCKMANS.

COPIE. Aan den Resident der Zuider- & Oosterafdeeling van Borneo, Bandjermasin.

Bandjekmasin, 29 November 1911.

HoogEd. Gestr. Heer.

In het bezit van UHEdGestr's schrijven d.d. 28 dezer, zeg ik UHEdGestr. dank voor de daarin verstrekte inlichtingen.

Het doet mij leed, de geruchten, dat Sebangau voor de bevolking gesloten is, door UHEdGestr. bevestigd te zien. De inlanders, die daar vroeger werkten, en belangrijke kosten gemaakt hebben, zijn er dus verdreven, om er niet te mogen terugkeeren.

Het blijkt mij, dat UHEdGestr. onderscheid maakt tusschen opwonenden van een landstreek en inlanders van buiten die landstreek afkomstig; ook is het mij bekend, dat voorstanders van Djeloetong concessies „pour besoin de la cause"