is toegevoegd aan uw favorieten.

Onderzoek naar de moeilijkheden ondervonden bij de uitvoering van openbare werken in Nederlandsch-Indië door tusschenkomst van aannemers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De voorhaven zal worden gemaakt als op de teekening aangegeven; zij heefteen oppervlakte van ongeveer 4.8 H.A.; de juiste grenzen zullen door de Directie nader plaatselijk op het terrein worden uitgezet.

De beide douanebassins zijn, gemeten op den bodem, elk 53.22 M. breed; van beide loopt de as evenwijdig aan die van den haventoegang; de afstand der assen onderling bedraagt 155 M. De lengte van het Westelijk bassin zal moeten worden 285, die van het Oostelijk bassin 314 M.

De visschershaven is gemeten op den bodem 100 M. lang en 38.22 M. breed.

De assen van de douanebassins en van de visschershaven zullen door de Directie op het terrein nader worden aangegeven.

Alle genoemde onderdeelen van de haven zullen moeten worden opgeleverd met een bodemhoogte van 3.00 — S. P.

De uit te graven en uit te baggeren grond wordt gedeeltelijk geborgen op het terrein, gereserveerd voor kampong, gelegen ten Zuidwesten van de haven, zooals dit op teekening Blad 5 is aangegeven, tot eene hoogte van 1.45 -f- S. P.; voorts op de langs de West-, Zuidwest- en Zuidzijde van de haven gelegen terreinen, mede tot een hoogte van 1.45 S. P. De overblijvende grond wordt gedeponeerd aan de Noordzijde van het op teekening Blad 7 aangegeven toekomstige kanaal voor export, weder tot een hoogte van 1.45 M. -f- S. P.

De grond, welke bij het begin ,van het werk gebaggerd wordt uit den haventoegang kan tot een hoeveelheid ter beoordeeling van de Directie met klepschouwen in zee worden gestort, ter plaatse nader door haar aan te wijzen.

Artikel 16.

Kaaimuren. Langs eenige gedeelten van de haven zullen kaaimuren worden gebouwd. De lengte dier muren bedraagt, gemeten langs de voorzijde op de hoogte

van 1.45 + S. P.

Langs de korte of Z.W. zijde van de visschershaven 40 M.

„ lange „ Z.O. „' „ „ „ 100 »

■ Z.W. zijde van het Westelijk douanebassin 285 „

7, Cs . „ 55 ,

„ „ N.O. „ „ „ „ n "

„ „ voorhaven 100 „

- „ Z.W. zijde van het Oostelijk douanebassin 314 „

„ Z.O. j „ „ n 55 «

„ n.o. „ „ „ , „ 50 »

Totaal . H73 M.

Bovendien worden bij het beginpunt langs de N.W. zijde van de visschershaven en bij het eindpunt in het verlengde van den kaaimuur afloopende muren, gebouwd, ter opvanging van en behoorlijke aansluiting aan de hierna onder artikel 17 te noemen taluds.

De muren zullen komen te rusten op een zandaanplemping, met den onderkant liggende op 4.50 + S.P. en op die hoogte minstens 5.50 M. breed. Aan de voorzijde van de muren wordt die zandaanplemping opgesloten door een damplankrij, dik 0.10 M.; ingeheid tot 6.75 -f S. P. en met messing en groef bewerkt. Aan de bovenzijde worden de damplanken gespijkerd aan een sloof, zwaar 0.20 X 0.25 M.; met den bovenkant liggende op 3.25 + S. P. De sloof wordt bevestigd aan dampalen, op onderlingen afstand van 0.80 M.; zwaar 0.25 M. en ingeheid tot 8.25 M. + S.P. Al het hout moet zijn Djatihout. Den binnenkant van den damwand ligt 1.50 M. buiten den voet van het opgaand metselwerk van den kaaimuur.

Op de zandaanplemping wordt aangebracht een fundeeringsplaat van gewapend beton, onder het opgaand muurwerk dik 0.50 M. en met den onderkant liggende op 8.50 -4- S. P. De plaat sluit aan de eene zijde tegen de damplankrij aan en steekt aan de achterzijde van den muur 1.00 M. buiten het opgaand muurwerk uit, zoodat de