is toegevoegd aan uw favorieten.

Onderzoek naar de moeilijkheden ondervonden bij de uitvoering van openbare werken in Nederlandsch-Indië door tusschenkomst van aannemers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en daarna in drijvende toestand gebracht, naar de plaats van bestemming vervoerd en aldaar worden gezonken, gevuld en verder afgewerkt.

De caissons komen met den onderkant te liggen op 3.50 -4- S. P., zij zijn 3.50 M. hoog en stemt dus de bovenkant overeen met het waterpasnulvlak. Zij bestaan uit een bodemplaat met twee opstaande wanden, welke op afstanden van 2.50 M. door tusschenschotten zijn verbonden. De afstand der opstaande wanden bedraagt buitenwerks gemeten van boven 1.40 M. en van onderen 2.50 M., de bovendikte dier wanden is 0.12 M., de onderdikte 0.20 M. De dikte der tusschenschotten is doorgaand 0.16 M. De bodemplaat heeft een totale breedte van 4.50 M.; het gedeelte tusschen de opstaande wanden is 0.20 M. dik, de daarbuiten uitstekende gedeelten zijn aan voor- en achterzijde ter plaatse der opstaande wanden respectievelijk dik 0.33 M. en 0.25 M. voor beide naar de einden verloopende tot een dikte van 0.15 M.

De onderlinge aansluiting der caissons geschiedt met een messing- en groefverbinding: de messing wordt daarbij massief gestampt.

Op de uitspringende, zoowel als de inspringende hoeken van de kaaimuren worden zwaardere caissons aangebracht op de wijze als aangegeven op Blad 9, en verder door de Directie aan te wijzen. Ter verankering van de twee langste gedeelten kaaimuur van 314 en 285 M. worden ongeveer in het midden eveneens zwaardere caissons geplaatst, en eindelijk wordt een dergelijk stuk ook aangebracht ter opvanging van het talud aan het einde van den kaaimuur langs de' N.O. zijde van het Oostelijk douanebassin. Dit laatste stuk valt buiten de hierboven genoemde 50 M. kaaimuurlengte langs die zijde van dat bassin.

De bewapening van de beton zal moeten geschieden volgens teekening Blad 10 en verder volgens door de Directie goed te keuren detailteekeningen. De stampbeton voor het maken der caissons zal bestaan uit 1 deel Portlandcement, 2 deelen zand en 3 deelen grind.

De Directie behoudt zich echter het recht voor om desverlangd de toevoeging van een door haar te bepalen hoeveelheid tras bij de stampbeton voor te schrijven.

Nadat de caissons op de juiste plaats zullen zijn gezonken, zullen de verschillende compartementen successievelijk en in door de Directie aan te geven volgorde van een waterdicht deksel moeten worden voorzien en worden leeggemalen, waarna de ruimte met beton, bestaande uit 1 deel Portlandcement, 1 deel Moeriatras, 4 deelen zand en 81/, deelen grind wordt opgevuld.

De aldus verkregen grondslag wordt daarna zoodanig belast, dat de druk op het zand gelijk wordt aan dien, welke na voltooiing en ingebruikstelling der werken daarop mag worden verwacht. Na weder opruiming daarvan worden op de gevulde caissons betonblokken gesteld, reikende tot 1.45 -4- S.P'. van onderen breed 1.10 M. van boven 0.60 M.

De samenstelling van de beton voor deze blokken is dezelfde als voor de vulbeton.

Overigens wordt omtrent de te bezigen bouwstoffen voor dit onderdeel der werken nog het volgende bepaald:

De op het werk gebrachte Portlandcement zal door of van wege de Directie worden gekeurd.

Natuur- of ijzerportlandcement, alsmede cement vermengd met slakkenmeel of andere bijmengselen kunnen voor dat werk niet in aanmerking komen.

De naam van de firma, de plaats van herkomst, alsmede het merk der fabriek, waar de cement vervaardigd is, moeten worden opgegeven. Bij elke partij moet een behoorlijk gewaarmerkt bewijs van herkomst, afgegeven door de Directie van de betrokken fabriek, worden overgelegd.

De Portlandcement moet zijn langzaam bindend, tusschen het tijdstip van aanmaken en het einde van den bindtijd mag niet minder dan 5 urén en niet meer dan Ti/3 uur verloopen. De beproeving zal plaats hebben, zooals de Directie dat noodig zal oordeelen. Daarbij moet de cement voldoen aan de bepalingen van de „Deutsche Normen für einheitliche Lieferung und Prüfung von Portlandzement, von Dezember 1909," met dien verstande, dat zoowel de proeven met luchtverharding als die met verharding onder water, aan de gestelde eischen moeten beantwoorden.

Bovendien zullen met het oog op volume bestendigheid, ook de kookproef, alsmede de Le Chatelierproef, gunstige resultaten moeten opleveren. Eene abnormale chemische