is toegevoegd aan uw favorieten.

Onderzoek naar de moeilijkheden ondervonden bij de uitvoering van openbare werken in Nederlandsch-Indië door tusschenkomst van aannemers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werk naar den eisch opnieuw worden gemaakt. Voor het op juisten afstand houden van de evenwijdige netten, moeten hier en daar beugeltjes van rondijzer, zwaar 6 m. 6, worden aangebracht. Te rekenen is op ongeveer één beugeltjè per M2. Lasschen van staven moet zooveel mogelijk worden vermeden. Waar zij noodzakelijk blijken zullen, indien de Directie zulks noodig oordeelt, de staven over een lengte van minstens 40 maal de dikte voorbij elkaar moeten steken. De voorgeschreven beugels moeten vast aansluiten aan de staven welke zij omklemmen moeten.

e. Stampen.

De beton moet op de bewapening en in de bekisting worden gelegd of zachtjes geschud (niet geworpen van een hoogte) op de plaats, waar het gestampt moet worden. Het stampen moet geschieden in lagen, welke na het stampen hoogstens 7 c.M. dik zijn en zoodanig, dat reeds gestampte lagen niet worden losgestooten. De stampers moeten zijn van ijzer; de storm moet zoodanig zijn als de aard van het werk vereischt.

Alle ruimten moeten goed met specie worden opgevuld.

f. Aansluiting der deelen.

Zooveel mogelijk moet het werk onafgebroken worden voortgezet. Ingeval dit echter niet mogelijk mocht zijn, moet de reeds verharde oppervlakte, na zorgvuldige reiniging en verzadiging met water, met een mortel van 1 deel cement op iys deelen zand worden vertind, voordat met het stampen van de nieuwe laag wordt begonnen.

g. Uitvoering.

De met de uitvoering belaste personen moeten ervaren zijn in de uitvoering van werken in gewapend beton, waarvan desverlangd de noodige bewijzen moeten worden overgelegd.

h. Afdekken.

De voltooide deelen der constructie moeten tegen inwerking van zonnewarmte en weersinvloeden worden beschut en volgens aanwijzing der Directie voldoende vochtig worden gehouden; een en ander tot de aanaarding zal zijn voltooid.

Alle wanden van caissons moeten, voor zoover zij met grond of zand in aanraking komen, tweemaal worden gekoolteerd.

Artikel 17.

Taludbekleedingen. Behalve daar, waar kaaimuren worden gebouwd, worden de havenboorden overal onder talud afgewerkt. Langs het Oostelijk douanebassin en over een lengte van 500 M. in het verlengde daarvan geschiedt dit onder 4 op 1 als aarden talud.

Alle overige taluds van den haventoegang, van de voorhaven en van de visschershaven worden over het onderste gedeelte d. w. z. van 3.00 -|- S. P. tot 0.10 M. -f S. P. eveneens als aarden talud onder 4 op 1 afgewerkt. Ter hoogte van 0.10 -4- S. P. wordt een berm gemaakt van minstens 1 M. breedte en het talud daarboven d. i. dus van af 0.10 -|- S. P. onder 2 op 1 afgewerkt en voorzien van een steenbezetting, reikende tot 1.45 -f- S. P. Deze steenbezetting zal bestaan uit een laag goed aaneengesloten koraalsteen, dik 0.23, rustende op een laag steenslag, dik 0.18 M.

Als steun voor deze steenbezetting wordt een voeting aangebracht mede van koraal- • steen, ter inhoud van 0.25 M3 per M. Een en ander is in Fig. II, Blad 8 aangegeven.

Artikel 18.

Hangars. Er zullen moeten worden gebouwd vijf hangars, elk lang 125 M., gemeten tusschen de hartlijnen der eindspanten en breed 24 M., gemeten tusschen de hartlijnen der stijlen.

Van deze gebouwen worden er twee geplaatst langs de Zuidwestzijde van het Westelijk douanebassin, één langs de Noordoostzijde van dat bassin en twee langs de Zuidwestzijde van het Oostelijk douanebassin.

De gebouwen worden met hun lengte-as geplaatst evenwijdig aan de kaaimuren, waarlangs zij worden opgericht; de afstand gemeten uit deze as tot voorkant kaaimuur