is toegevoegd aan uw favorieten.

Onderzoek naar de moeilijkheden ondervonden bij de uitvoering van openbare werken in Nederlandsch-Indië door tusschenkomst van aannemers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bedraagt 22 M. De afstand tusschen twee naast elkaar staande hangars bedraagt 15 M., gemeten tusschen de hartlijnen der beide eindspanten.

De gebouwen zullen bestaan uit een ijzeren opbouw, rustende op gemetselde neuten. De ijzeren opbouw zelf bestaat uit stijlen met horizontaal regelwerk, waarop een kap met luchtkap en gordingen. De afstand der stijlen en spanten (hart op hart gemeten) bedraagt 5 M.

De kap met een spanning van 24 M. heeft een middenhoogte van 4.606 M. overeenkomende met een dakhelling van 21°. De hoogte van den vloer zal zijn 1.75 -4- S. P. Langs de voor- en achterzijden (de beide lange wanden) worden afdaken van 3 M. breedte aangebracht.

Het ijzeren geraamte van elk gebouw zal komen te rusten op gemetselde neuten. Deze komen juist onder het midden der stijlen te staan: in de lange wanden dus op onderlingen afstand van 5 M. In elk der korte wanden komen bovendien nog drie neuten te staan. Onder de neuten wordt doorgaande zandaanplemping aangebracht, met den onderkant liggende op 1.60 -4- S. P. en op die hoogte een breedte hebbende van minstens 5 M. Op de zandaanplemping wordt onder "elke neut aangebracht een fundeeringsplaat van gewapend beton, onder het metselwerk dik 0.35 M. en met den onderkant liggende op 0.60 -f- S. P. Deze plaat is 3.05 M. bij 2.55 M. groot en wordt met de grootste afmeting gelegd loodrecht op de lengte-as van het gebouw. Naar de zijden verloopt de dikte van de plaat van 0.35 M. tot 0.20 M.

De beton voor deze fundeeringsplaten te bezigen, is van dezelfde samenstelling als in artikel 16 voorgeschreven voor den fundeeringsplaat onder den kaaimuur.

Evenals bij den kaaimuur zal de bewapening van de fundeeringsplaten der steunpunten voor de hangars nader door de Directie worden vastgesteld in verband met de draagkracht van den grond en zullen voor de uitvoering de noodige details worden verstrekt. De te verwerken hoeveelheid ijzer per steunpunt wordt gerekend te zullen bedragen ongeveer 152 K.G. Indien dit volgens nadere aanwijzingen belangrijk meer of minder mocht bedragen, zoo zal zulks als meer of minder werk worden verrekend.

Het opgaand metsel- en betonwerk der steunpunten ligt met den onderkant op 0.25-f S.P. en met den bovenkant op 1.75-f S.P. Het grondvlak is 2.05 M. bij 1.55; de zijvlakken hebben een helüng van 1.5 en is dus het bovenvlak 1.25 bij 0.75 M. De neuten worden tot 1.50-f-S.P. opgetrokken van breuksteen in basterdtrasmortel (verhouding 1 deel kalk, 1 deel Moeriatras en 3 deelen zand.) Zij worden ter dikte van 0.25 M. afgedekt met een laag beton van de samenstelling: 81/,, deelen steenslag, 4 deelen zand, 1 deel Moeriatras en 1 deel Portland-cement.

Alvorens definitief tot de uitvoering der steunpunten van de hangars op de boven beschreven wijze wordt overgegaan en daarmede een aanvang mag worden gemaakt, zal de draagkracht van den grond nader moeten worden nagegaan. Daartoe zullen door den aannemer op verschillende punten op aanwijzing van en geheel ten genoege van de Directie grondboringen moeten worden verricht en drukproeven moeten worden genomen, welke door de Directie zullen worden gecontroleerd.

Bovendien zullen tijdens de uitvoering maatregelen moeten worden genomen, om eventueele zakking van de gebouwen gedurende de uitvoering en na de voltooiing daarvan te voorkomen. Die maatregelen zullen daarin bestaan, dat de zandaanplemping, na voldoenden tijd ter beoordeeling van de Directie, onder water te hebben gestaan, zoodanig zal worden belast, dat op het oppervlak onder eiken fundeeringsplaat een gewicht rust, dat minstens overeenkomt met het gewicht, dat datzelfde oppervlak na voltooiing van het gebouw zal hebben te dragen. Eerst wanneer de ondergrond op deze wijze belast geen zakking meer vertoont, zal met het aanbrengen van den fundeeringsplaat en met het opmetselen der neuten mogen worden begonnen.

Na voltooiing der steunpunten zelf zal daarop, alvorens met het opstellen van den opbouw te beginnen, nogmaals een last worden geplaatst minstens gelijk aan het gewicht, dat het steunpunt na voltooiing van den opbouw zal hebben te dragen en eerst, wanneer blijkt, dat het steunpunt niet meer zakt, met de opstelling van het ijzerwerk mogen worden begonnen.

Van den ijzeren opbouw van de hangars moet door den aannemer een volledig ontwerp met toeüchting, berekening en de noodige details ter goedkeuring worden