is toegevoegd aan uw favorieten.

Onderzoek naar de moeilijkheden ondervonden bij de uitvoering van openbare werken in Nederlandsch-Indië door tusschenkomst van aannemers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B. Schade geleden na 1 Mei 1913 en nog te lijden voor het afmaken van het werk Prauwenhaven.

Zand.

Als de hoeveelheid zand aan de Kali Woengoe voldoende zal wezen voor het afmaken van het werk en daarbij niet de groote kosten zullen ontstaan als noodig bij de vorige zandvindplaatsen, zou het mogelijk kunnen zijn dat aan te voeren tegen den in de begrooting der Directie gestelden prijs van gld. 1,35.

Hiervoren is berekend, dat totaal benoodigd zal wezen een hoeveelheid van + 205 000 M3, terwijl in de oorspronkelijke begrooting en bij de bestekswijzing is gerekend op 75 500 -f 55 035 — 130 535 M3,

dus meer ... 74 465 M3.

Het bedrag daarvoor is onder post VII in de begrooting opgenomen met f 100 527.—.

Uit den aard der zaak kan het juiste bedrag eerst vastgesteld worden na afloop van het zandvervoer, wanneer de klink door de praktijk zal zijn gecontroleerd. Dit voorbehoud moet bij dezen post dus worden gemaakt.

Dubbel verwerken van zand.

Evenals voor het plaatsen van caissons vóór Mei 1913, moet ook voor de volgende de zandaanplemping plaats hebben tot 1.45 M. -\- S. P. om later weder tot 3.50 M. -4- S. P. te worden weggebaggerd.

In het geheel zijn 1200 M1 bovenbelasting, waarvoor in post IV reeds 180 M1 in rekening zijn gebracht, blijft dus 1020 M1.

1020 M1 a 45 M3 maakt 45 900 M3 a gld. 0,50 geeft een bedrag van gld. 22 950.— dat in post VIII is vermeld.

Belasting van de steunpunten der hangars.

In de zevende alinea op pag. 8 van het oorspronkelijke bestek is bepaald, dat de zandaanplemping ter plaatse van de steunpunten der hangars moet worden belast met het gewicht, dat daarop zal komen.

In de begrooting, die als grondslag van de prijsopgaaf heeft gediend, is hiervoor niets opgenomen.

Toch is dit een belangrijk werk, daar behalve de daarvoor uit te geven directe kosten belangrijk tijdverhes ontstaat, daar die belasting moet worden onderhouden tot geen zakking meer plaats heeft. Voor de 412 steunpunten zijn de daardoor ontstane kosten zeer matig berekend gld. 5371,20.

Zooals in post IX der begrooting is opgenomen.

Caissons. (Vulbeton en afdekking.)

De vulbeton, welke na plaatsing der caissons daarin moet worden gebracht, is in de door de Directie vastgestelde prijzen te laag berekend wegens hoogere kosten, zoowel van grint als van zand.

De grint voor vulbeton kostte in werkelijkheid per M3 gld. 4,30 terwijl daarvoor een prijs van gld. 2,75 was gesteld.

Voor het zand waren de prijzen respectievelijk gld. 3,20 en gld. 1,85.

De hoogere prijs van grint a gld. 1.55 en die van zand a gld. 1.35 geeft eene schade van:

voor de noodige grint . . . 7798 M3 a f 1,55 = f 12 086,90

voor het noodige zand. . . 7798 „ a „ 1,35 = „ 10 527,30

f 22 614,20

terwijl in de begrooting van het beton evenmin is opgenomen een bedrag voor het vereischte water.

Het gezamenlijke bedrag ad gld. 22 614,20 is in post X van de begrooting opgenomen.