is toegevoegd aan uw favorieten.

Onderzoek naar de moeilijkheden ondervonden bij de uitvoering van openbare werken in Nederlandsch-Indië door tusschenkomst van aannemers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor de bedoelde kademuren, welke in hoofdzaak zouden gevormd worden door caissons, in gewapend beton (systeem Rotterdam) moest ter plaatse, over de volle lengte, de slappe grond weggebaggerd worden tot op den vasten draagkrachtigen zeebodem.

Verwacht werd dat een diepte van 22.50 M. voldoende zou wezen. De gebaggerde geul moest opgevuld worden met zand, dat alvorens tot het daaropstellen der caissons werd overgegaan, eene tijdelijke zandbelasting moest dragen tot de hoogte van 2.30 M. boven M. H. P. (Makassaarsch Havenpeil) om het samendrukken en vastleggen van den ondergrond te bevorderen. Die tijdelijke zandaanplemping moest na een vast te stellen tijd verwijderd worden, waarna het afkomende materiaal kon worden gebruikt voor grondaanvulling tusschen den kademuur en de oude oeverlijn, en dus de geprojecteerde handelsterreinen gevormd zouden worden.

8. Stand der nieuwe werken in April 1914. Bij onze komst te Makasser op 17 April 1914 hadden deze werkzaamheden, behoudens steeds mogelijken tegenslag, gereed moeten wezen, doch instede daarvan omvatte de uitgevoerde arbeid in hoofdzaak slechts het gereedkomen der baggering en het vullen met zand van de geul onder den kademuur voor zeeschepen; het storten van eenige honderdduizenden kubieke meters zand op de plaats van het toekomstige havenemplacement:

het in den bouwput tot 8.20 M. hoogte gereed staan van de caissons in gewapend beton voor den zeeschepen-kademuur, welke caissons in totaal 11.20 M. hoog moeten worden;

het in drijvenden toestand voltooid zijn der gewapend beton caissons voor den kleinen kademuur, welke caissons (met een enkele uitzondering) op last der Directie gedeponeerd werden op eene tijdelijke bergplaats buiten het werk;

het voor een deel gereed en in drijvenden toestand gebracht zijn van de in 2 onder 3° genoemde overgangs-caissons, waarmede tevens het bewijs is geleverd dat de werkwijze door den aannemer ten deze gekozen (caissonsbouw op het strand) ook voor de groote caissons goed uitvoerbaar is.

4. Voornaamste oorzaken van den achterstand. De opvallende achterstand in de uitvoering van het aangenomen werk, te meer bevreemdend waar het materieel voor de uitvoering zelve, zoowel de drijvende werktuigen als de installaties op de werkterreinen, op onze Commissie zoo'n uitnemenden indruk maakten, moet geweten worden aan verschillende factoren, waarvan als de voornaamste kunnen worden aangemerkt:

1°. de moeilijkheden ondervonden bij het verkrijgen van het benoodigde bruikbare

zand voor aanvulling en ophooging; 2°. de gebleken onuitvoerbaarheid van den kademuur voor prauwen op de wijze

zooals die in het bestek ontworpen was.

5. Moeilijkheden der zandwinning. Wat het eerste punt betreft, wordt in herinnering gebracht dat aan de gegadigden voor de uitbreidingswerken der haven van Makasser in April 1911 en in bijzijn van den toenmaligen adviseur voor het havenbeheer, den heer C. Nobel, en den Ingenieur der Burgelij ke Openbare Werken A. Perelaeb, een zandplaat nabij den Noordelijken mond der Goarivier was aangewezen als de piek vanwaar het voor de uitvoering van het bestek benoodigde zand kon worden verkregen; terwijl tevens een monster van dat zand werd opgedoken, vertoonende een mooi grofkorrelig materiaal.

Aangezien dit monster wel blijk gaf van de goede geaardheid van het zand aan den bovenkant, maar niet medegedeeld kon worden tot op welke diepten men op zulk een samenstelüng kon rekenen, verzochten de gebroeders de Gboot voor de eventueele mschrijving daaromtrent opgave. Zulks werd hun 26 April 1911 verstrekt bijeendoor den heer Nobel onderteekend schrijven (boringstelegram) waarin vermeld stond dat tot 5 M. onder laag water zuiver zand aangetroffen werd, daaronder tot 7 M. met weinig slib vermengd, tot 8 M. met 25 percent slib, tot 9 M. fijn zand en slib, tot 11 M. slib met weinig fijn zand.

Deze inlichtingen voor de aanbesteding op uitdrukkelijk verzoek van den gegadigde, die er zijne inschrijving van afhankelijk maakte, verstrekt door een der hoog geplaatste