is toegevoegd aan uw favorieten.

Onderzoek naar de moeilijkheden ondervonden bij de uitvoering van openbare werken in Nederlandsch-Indië door tusschenkomst van aannemers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het project of van de voorgeschreven wijze van uitvoering. Ik herinner mij nog dat bij het maken van de fundeering van het stoomgemaal te Charlois, de slappe ondergrond bij de ontgraving naar boven kwam en op dertig meter afstand van de fundeeringsput acht huizen scheurden en ineenstortten. Niettegenstaande er dezelfde clausule in het bestek stond, heeft niemand er een oogenblik aan gedacht de schade op den aannemer te willen verhalen. De Gemeente kocht die huizen met den grond er bij. Anders te handelen zou ieder in Rotterdam immoreel gevonden hebben. De aannemer had het werk volgens het bestek gemaakt en de schade was onafhankelijk van zijn wil. Het lag nooit in de bedoeling onvoorziene risico's op de schouders van een aannemer af te wentelen, die nog minder op de hoogte is van locale toestanden dan de Directie "

Met deze aanhaling van het duidelijke en zakelijke antwoord van een der betrokken en hoogststaande Nederlandsche Ingenieurs, aan wie door den Directeur der B. O. W. de bedoeling werd toegedacht opzettelijk het risico verbonden aan het totstandkomen der prauwenhaven op de schouders van den aannemer gelegd te hebben, meent onze Commissie te kunnen volstaan als motiveering van hare uitspraak dat de aannemer in geenen deele verantwoordelijk zou wezen voor de ongevallen welke het diepe baggeren van de prauwenhavengeul zou hebben kunnen veroorzaken. Evenmin mocht den aannemer zonder meer de uitvoering van de prauwenhaven worden ontnomen.

Het is dus het oordeel van de Commissie, waarop hieronder teruggekomen zal worden, dat men had moeten trachten met den aannemer, de heer de Groot, in deze zaak tot overeenstemming te geraken opdat die aannemer tegen een behoorlijke som de gewijzigde prauwenhaven zou hebben kunnen uitvoeren.

8. Andere oorzaken van vertraging of redenen voor schadeloosstelling. Zijn de beschreven moeilijkheden met de zandwinning en de verandering van het prauwenhavenplan de voornaamste redenen van vertraging in de oplevering van het bestekswerk, zoo zijn er nog enkele andere posten die den aannemer niet alle, recht op reclame geven maar uit een standpunt van billijkheid in het oog moeten worden gehouden.

Zoo opende art. 16, alinea 1, van het bestek, luidend:

„De aannemer moet volgens aanwijzing en naar goedkeuring der Directie de benoodigde loodsen, keten, enz. plaatsen voor berging van eigen materialen benevens een schaftlokaal ten behoeve der werklieden. Het opslaan van deze gebouwtjes alsmede het maken van hulpwerken, mag op Gouvernementsgrond geschieden",

het uitzicht dat inderdaad voor het werkterrein vrijelijk over Gouvernementsgrond onmiddellijk zou kunnen worden beschikt.

In werkelijkheid echter heeft de aannemer kamponggronden moeten opkoopen en regelingen moeten treffen, waarmede niet alleen geld, maar ook vooral tijd was gemoeid, zoodat na zijn aankomst te Makasser in 1912 eenige maanden verliepen, alvorens men met de hulp- en werkterreinen gereed was.

Voorte zijn bij den caissonbouw voorwaarden gesteld wat den duur der bekisting betreft die met het bestek in de hand geëischt konden worden, maar overdreven en onnoodig bezwarend waren, en welke den aannemer ten opzichte van kosten en tijdsduur zonder noodzaak belastten. Deze factoren blijven echter belangrijk achter bij de gevolgen van het uitdrukkelijk voorschrift van den Directeur der Burgerlijke Openbare Werken dat de vulbeton voor de caissons niet in den natte zou mogen worden gestort.

De aannemer heeft zich aanvankelijk bij dien eisch, nadat herhaaldelijk zijne ontwerpteekeningen waren afgekeurd, neergelegd, doch door de bekende arbitrale uitspraak dd. 14 Juni 1913 voor den caissonbouw te Soerabaja, is officieel uitgemaakt, dat de Directeur der Burgerlijke Openbare Werken niet het recht had zonder bijbetaling storting in den droge te gelasten, en dat voldoening aan dien eisch extra kosten mede brengt, welke te Soerabaja op f310 — per strekkenden meter worden geschat.

De billijkheid brengt dus mede ook voor de werken te Makasser met die uitspraak rekening te houden.