is toegevoegd aan uw favorieten.

Onderzoek naar de moeilijkheden ondervonden bij de uitvoering van openbare werken in Nederlandsch-Indië door tusschenkomst van aannemers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verstande dat de claim voor de havenwerken te Semarang loopen zal tot den reeds genoemden datum der staking van 14 Maart 1914.

B. Eene andere algemeene. opmerking die aan de gedetailleerde behandeling moet voorafgaan, en welke op alle drie te beschouwen werken van toepassing is, betreft het tot standkomen der contracten met de aanneemster.

In normale gevallen toch wordt vanwege den besteder een bestek opgemaakt, dat het uit te voeren werk zoo duidelijk mogelijk omschrijft, o. m. onder opgave der te verwerken hoeveelheden en bepalende in hoeverre daaromtrent verrekening zal plaats vinden. De besteder doet dan tevens voor zichzelve een materialehstaat opstellen met begrooting, waarvan het eindcijfer al of niet gepubliceerd wordt.

Bij de werken voor de Semarangsche haven, evenals die aan de Torpedoboothaven te Soerabaja en voor de uitdieping te Tandjong-Priok is een andere weg gevolgd.

Voor dat van een behoorlijk samengesteld bestek sprake was heeft men met de aanneemster, en met haar alleen, onderhandelingen gevoerd om tot uitvoering der bovengenoemde werken te geraken, waarbij als basis werden aangenomen zoogenaamde hoeveelheden- en begrootingsstaten benevens een voorontwerp. Het ligt voor de hand dat op deze wijze de inschrijvingen een geheel ander karakter krijgen.

Is van te voren een goed en duidelijk bestek gepubliceerd, steunende op een nauwkeurig onderzoek omtrent samenstelling van den bodem en andere factoren, die een Directie van een naar den eisch geleid werk van te voren behoort te kennen, dan zal in het algemeen de aanneemster van een op die wijze voorbereid werk slechts zeer zelden eenig recht tot het instellen van een claim kunnen doen gelden.

De Directie zal dan meestal kunnen volstaan, behoudens onvoorziene tegenvallers of niet omschreven gevallen, met den aannemer naar de bepalingen van het bestek te verwijzen.

Waar deze weg voor de drie bedoelde werken niet gevolgd is, maar het bestek pas later, na de inschrijving, tot stand is gekomen, zoöals gezegd op grond van eene begrooting met staat van hoeveelheden te verwerken materialen, door de Directie aan de aanneemster verstrekt, kent onze Commissie aan dat bestek niet dezelfde waarde en kracht toe, als zij in het omgekeerde geval zoude hebben gedaan, terwijl de Directiebegrooting aan de aanneemster overgelegd onder deze omstandigheden een ander karakter verkrijgt dan onder normale aanbesteding het geval zoude geweest zijn.

Onze Commissie is dus van meening dat de billijkheid medebrengt, gehoor te verleenen aan de verzoeken van de aanneemster der werken te Soerabaja, Semarang en Tandjong-Priok, om tegemoetkoming in de teleurstellingen bij de uitvoering ondervonden en die zij niet voorzien kon bij het tot stand komen der inschrijving, toen zij slechts beschikken mocht over eene onvoldoende omschrijving van den omvang van het werk en over de mondelinge inlichtingen van Directiewege verstrekt.

Tot hoeverre die schadeloosstelling zich zal moeten uitstrekken zal voor elk werk afzonderlijk worden nagegaan.

C. Als laatste algemeene opmerking mag niet over het hoofd gezien worden de drang die op de aanneemster van de zijde der opdrachtgevers is uitgeoefend om de werken aan te nemen, voor een bedrag zoo dicht mogelijk bij het eindcijfer van de begrooting der Directie.

Van een uitsluitend zakenstandpunt, is het verdedigbaar om aan deze opmerking van de zijde der aanneemster geuit niet te veel aandacht te schenken; maar aan den anderen kant mag niet verheeld worden dat slechts zeer weinig aannemers bestand zullen blijken tegen de verleiding om een groot werk tegen feitelijk te lage prijzen aan te nemen, indien daarbij, zooals hier geschied is, min of meer het perspectief geopend wordt, dat de opdracht voor belangrijke en meer loonende werken zal kunnen volgen.

Het zij herhaald, dat een geschoold aannemer, zooals de Maatschap in kwestie, zulk eene belofte, die op een verkeerden financieelen bodem steunt, op de juiste waarde had moeten schatten en bij hare aanbiedingen daarbij althans finantieel geen rekening had moeten houden.

Deze opmerking blijft van kracht ook waar wij erkennen het recht en de plicht van den besteder om te trachten zoo laag mogelijke prijzen te bedingen; maar hier