is toegevoegd aan uw favorieten.

Onderzoek naar de moeilijkheden ondervonden bij de uitvoering van openbare werken in Nederlandsch-Indië door tusschenkomst van aannemers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar het een eerste proef van aanbesteding (niet openbare) op groote schaal in Indië gold had men aan weerszijden voorzichtiger moeten wezen, en vooral had de in Indië met het werken vertrouwd zijnde besteder, meer voorzichtigheid en accuratesse aan den dag moeten leggen en niet met het bedoelde vooruitzicht van loonende werken in de toekomst invloed mogen uitoefenen.

Bagger- en zand-kwesties te Semarang straks nader te behandelen, illustreeren op treffende wijze de gevolge van de genoemde slechte voorbereiding en het verkeerde resultaat van het drukken der begrootingscijfers zonder voldoenden grondslag.

III. Claim Havenwerken Semarang.

Na deze algemeene opmerkingen zij het Onze Commissie vergund de drie claims meer stelselmatig te ontleden en dus in de eerste plaats over te gaan tot die betreffende de havenwerken van Semarang, welke volgens de ons door de aanneemster verstrekte gegevens door haar tot 14 Maart 1914 gesteld wordt op totaal f 1187649.

1. Overzicht der havenwerken Semarang. In de herinnering moge teruggebracht worden dat voor de verbetering der havenwerken te Semarang door de Directie der Burgerlijke Openbare Werken een raming opgemaakt was sluitende met een bedrag van f 2 050 000 exclusief de aanschaffing van een baggermachine ad f 200 000. Hiertegenover stond de aanvankelijke begrooting van de aanneemster ten bedrage van f 2 545 000; terwijl eindelijk in Maart 1910 overeenstemming werd verkregen op f 2 200 000 onder de voorwaarden, dat ten spoedigste zoude worden aangevangen en dat een definitief contract later in Indië zou worden afgesloten. Dit contract met bestek kwam 3 Juni 1910 tot stand en omschreef de uit te voeren werken als in hoofdzaak bestaande uit:

a. Het verlengen van het Westerhavenhoofd.

b. Het graven en baggeren van een prauwhaven.

c. Het bouwen van kaaimuren.

d. Het maken van taludbekleedingen.

e. Het bouwen van vijf hangars, enz., enz.

De oplevering moest geschieden in 910 dagen dus op 31 Januari 1913 gerekend van af 6 Augustus 1910.

In het bestek was voorgeschreven, dat alvorens tot den bouw der kaden welke als massieve muren, steunend op een voet in geWapend-beton en aan de voorzijde tegen een damwand, ontworpen waren, mocht worden overgegaan, de draagkracht van den bodem moest worden onderzocht.

Bij het projecteeren van den kademuur was eene bestaande constructie in de nabijheid gevolgd, hetgeen rationeel was; maar blijkbaar vertrouwde men de geaardheid van het bouwterrein niet geheel, waarom voorafgaande belastingsproeven waren voorgeschreven.

Het had ons insziens van meer voorzichtigheid getuigd indien men die proefnemingen voor het openen der onderhandelingen, of anders gedurende de besprekingen voor het tot stand komen van het contract had doen nemen, want dan zou men bijtijds de ervaring hebben opgedaan, die nu tusschen November 1910 en Mei .1911 werd verkregen, namelijk dat de grond zoo onbetrouwbaar was dat van een construeeren der kademuren volgens het gedachte systeem, met een bouwput in den droge, geen sprake kon wezen.

2. Bestekswijziging. Een andere werkwijze zou dus gevolgd moeten worden, een nieuw contract met den aannemer moest worden opgesteld.

Een en ander kreeg pas 6 Augustus 1912 officieel zijn beslag, nadat reeds 11 September 1911 daaromtrent onderlinge overeenstemming was verkregen. De opleveringstermijn werd met een jaar, tot 31 Januari 1914 verlengd, de kademuren zouden gevormd worden door caissons in gewapend-beton welke vlottend op de bestemde plaats zouden worden gebracht, nadat eerst eene grondverbetering was uitgevoerd