is toegevoegd aan uw favorieten.

Onderzoek naar de moeilijkheden ondervonden bij de uitvoering van openbare werken in Nederlandsch-Indië door tusschenkomst van aannemers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

baar geacht mag worden, dat de ontwerper meende met f 0.30 per Ms. voor baggeren, opspuiten en met de hand ontgraven een billijken prijs te betalen. Hetzij herhaald, eenmaal door de aanneemster de schadeloosstelling prijsgegeven en de eenheidsprijs van f 0.30 geaccepteerd zijnde, was zij daaraan contractueel gebonden.

4. Moeilijkheden der zandwinning. Behalve met dezen tegenvaller der uitvoering van de oorspronkelijke gedachte kademuur-constructie had de aanneemster te kampen met het moeilijk verkrijgen van het voor het werk benoodigde zand, reeds ten tijde der bestekswijziging eenigszins gebleken, maar waarvan de omvang toen nog niet vastgesteld kon worden; zoodat onze Commissie tegenover de zandkwestie een ander standpunt inneemt dan tegenover het grondverzet in de haven.

Bij de inschrijving op de eerste begrooting was voor het zand gesteld een bedrag van f 1.35 per M3. en was door den aanwijzer aan de aanneemster medegedeeld dat voor dien prijs eene voldoende hoeveelheid zand in de nabijheid van het werk te vinden zou zijn. Op grond van deze offlcieele informatie aanvaardde de inschrijfster den genoemden prijs, ook nog toen kort voor het afsluiten van de voorloopige overeenkomst telegrafisch bericht kwam, dat een op verzoek van de aanneemster verrichte boring, het resultaat had geleverd dat te bedoelder plaatse slechts een zandlaag van 15 c.M. dikte voorkwam, welke bovendien nog verontreinigd was met 70 °/0 slib.

Tof haar leedwezen moet onze Commissie hier wederom constateeren de lichtvaardigheid waarmee het havenontwerp inclusief de begrooting waren voorbereid. De uitkomst van de boring, die toch uit eigen beweging door de Directie had moeten worden ondernomen, temeer waar oorspronkelijk eene uitvoering in eigen beheer op den voorgrond stond, toont dat de Directie totaal onvoorbereid was op de vraag of voldoende zand en zoo ja waar dat zand aanwezig zou zijn.

Het gaat niet aan om zich in dit opzicht eventueel achter de aanneemster te verschuilen, en in het midden te brengen, dat het de taak vandeze laatste zou wezen om de materialen voor de uitvoering van het door haar aangenomen werk zelve op te sporen.

In normale gevallen kan dit argument, behoudens uitzonderingen, steek houden; maar in de bijzondere omstandigheid dezer eerste onderhandsche inschrijving had de Directie op voldoende gegevens inlichtingen moeten kunnen verschaffen en dus moeten weten waar het benoodigde zand gevonden kon worden.

Men mag daarbij evenmin volstaan met eene aanwijzing zooals later de aanneemster werd verstrekt met woorden: „Zoekt bij Djarakka; daar wordt steeds zand gehaald door inlanders"; want bij de onbekendheid met de juiste dikte en samenstelling der zandplaat aldaar en van hare bereikbaarheid uit zee voor behoorlijk baggermaterieel is zulks een gezegde slechts een gissen, geen werkelijke afdoende aanwijzing. Trouwens de uitkomst heeft geleerd dat bij Djarakka geen voldoende laag van bruikbaar zand aanwezig was

Met het onmiddellijk bovenstaande is eenigszins vooruitgeloopen op de aanwijzing die de aanneemster verkreeg van den Oud-Hoofdingenieui der Burgerlijke Openbare Werken A. G. Lamminga, die namens de Regeeiing de besprekingen met haar voerde toen omtrent de oorspronkelijk bedoelde zandplaat het teleurstellend bericht kwam. Deze Hoofdingenieur duidde daarop als plaats voor zandwinning aan het terrein onmiddelijk boven de stuw van Simongan, onder verzekering dat de prijs van f 1,35 per M3. ook aldaar zou kunnen worden gehandhaafd.

Zeer verklaarbaar mag het alzoo heeten, dat de aanneemster na een voorloopig onderzoek deze laatste plaats ter exploitatie voor de zandwinning inrichtte; al wist zij vooraf dat slechts 6 maanden per jaar de aanvoer verzekerd kon wezen. In dit opzicht stond trouwens de nieuwe plaats niet achter bij eene zandwinning in zee, welke ook slechts gedurende den Oostmoesson en soms alleen in de morgenuren toegankelijk is, al zouden bij zandwinning in zee wellicht grootere hoeveelheden per dag verzet kunnen worden.

De verdere loop der zandwinning kan een reeks van teleurstellingen en tegenslagen genoemd worden, waarvoor de aanneemster, in dit geval na het voorafgaande, bij totaal gemis van aanwijzing of hulp der Directie, niet verantwoordelijk te stellen is en bovendien een woord van lof toekomt voor de energieke wijze waarop zij zelf tot op 80 K. M. afstand van Semarang zand opspoorde en naar het werk bracht, ondanks ruw weer en slechte moesson.