is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerp eener regeling van den privaatrechtelijken toestand der Chinezen in Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BATAVIA, den 28sten Maart 1914.

No. 4441.

BIJLAGEN:

Aan

Zijne Excellentie den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië.

Bij missive van den wd. l*ten Gouvernements-Secretaris van 20 Januari 1913 No. 190 heeft Uwe Excellentie mijn ambtsvoorganger doen uitnoodigen, de regelingen van den burgerlijken stand voor Chineezen en van hun privaat'rechtelijken toestand dadelijk op den grondslag van het geldende artikel 75 van het regeeringsreglement ter hand te nemen, en daarmede niet te verwijlen, totdat de eerste groep van wettelijke voorzieningen, vermeld in het schrijven van Mr. Reepmaker, dd. 28 November 1912 No. 19134, zou zijn afgewerkt."

In voldoening aan deze. opdracht heb ik de eer het navolgende te doen strekken.

Overeenkomstig het voorstel, in laatstbedoeld schrijven gedaan, waarmede Uwe Excellentie zich heeft vereenigd, werd bij de bewerking van het ontwerp regelende den privaatrechtelijken toestand der Chineezen als uitgangspunt en leidraad genomen de door Mr. P. H. Fromberg in 1897 ontworpen „Nieuwe regeling van den privaatrechtelijken toestand der Chineezen."

Dat de keuze op dit ontwerp en niet op de ordonnantie, opgenomen in Staatsblad 1892 No. 238, is gevallen, werd in bedoeld schrijven, behalve op gronden de wijze van bewerking der stof betreffende, hierop gebaseerd, dat een regeling naar het ontwerp-fromberq een geleidelijken overgang zou kunnen vormen tot het door de Bijzondere Commissie ingediend ontwerp van een burgerlijk wetboek voor Nederlandsch-Indië, hetwelk ongetwijfeld voor eene mogelijke invoering van een geünificeerd burgerlijk wetboek tot leidraad zal worden genomen, en zich beter zal aansluiten aan de welhaast te verwachten herziening van het privaatrecht in China zelf. Ook werd erop gewezen, dat, waar het Chineesche nationaliteitsgevoel zich in de laatste jaren zoo aanmerkelijk heeft verdiept, om het feit dat het ontwerp-fromberq met het Chineesche volksrecht rekening houdt wellicht aan een regeling naar dat ontwerp de voorkeur diende te worden gegeven boven een regeling naar de ordonnantie van 1892, die reeds dadelijk na de afkondiging protesten heeft uitgelokt van de zijde van vereerders van dat volksrecht en daarom dan ook nooit in werking is getreden.

Deze motiveering houdt tevens de voorwaarden in, waaraan de te ontwerpen regeling van het privaatrecht der Chineezen heeft te voldoen, een van welke voorwaarden deze is, dat rekening dient te worden gehouden met de godsdienstige wetten, instellingen en gebruiken der Chineezen.

In een door hem aan den resident van Soerabaja gericht schrijven dd. 16 April 1912 No. 91, waarvan een afschrift aan mijn departement werd toegezonden, zegt de adviseur