is toegevoegd aan uw favorieten.

Gewijzigd ontwerp B, tot herziening der agrarische verordeningen voor de Gouvernementslanden op Java en Madoera

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij de laatste categorie sub f zij nog even stilgestaan.

Uitgesloten werden bij § f, zooals deze bepaling luidt ingevolge het Koninklijk besluit van 14 October 1877 11' 1 (Indisch Staatsblad II' 270), de voor den aanplant van koffie geschikte gronden, gelegen in de z. g. „groote koffiereserve", d. w. z. in de bij verschillende beschikkingen van het Opperbestuur aangewezen streken, welke beschikbaar moesten blijven voor de op hoog gezag ingevoerde koffiecultuur.

Over deze aangelegenheid handelen de bladzijden 119—128 der Erfpachts-nota.

Daaruit blijkt:

dat de vraag, welke gronden jn den zin der bepaling, als „geschikt" voor den aanplant van koffie binnen de „groote reserve", niet in erfpacht mogen wordeu uitgegeven, herhaaldelijk tot uiteenloopende beslissingen heeft geleid en voor algemeene beantwoording niet vatbaar is;

dat bedoelde reserve geenszins de beteekenis heeft van eene' scheiding van het vrij domein in dien zin, dat tegen den afstand in erfpacht van buiten die reserve gelegen gronden, welke de teelt van koffie toelaten, met het oog op de belangen der Gouvernements-koffiecultuur geen bezwaar bestaat;

dat, volgens de reeds in 1887 toegelichte zienswijze van de Indische Eegeering, de onderwerpelijke bepaling veilig kon worden gemist, sedert door de vaststelling der z. g. cultuurplannen de instandhouding en uitbreiding der op hoog gezag gedreven koffiecultuur voldoende verzekerd waren.

In dat jaar werd dan ook de intrekking der groote reserve, waaraan door veranderde omstandigheden geene behoefte meer kon bestaan en welker handhaving geheel nutteloos in de practijk allerlei moeilijkheden veroorzaakte, in overweging gegeven.

Daartegen werden echter bezwaren aangevoerd, vermeld op bl. 124—125 der evengenoemde nota.

Sedert zijn de „cultuurplannen" door daartoe aangewezen deskundig personeel aan eene nauwgezette herziening onderworpen; de voor. de Gouvernements-koffiecultuur te reserveeren terreinen zijn met groote zorgvuldigheid uitgezocht en in bedoelde plannen vastgelegd, terwijl uit de nopens elke erfpachtsaanvraag in te stellen plaatselijke onderzoekingen kan blijken of de begeerde gronden al of niet deel uitmaken van de in de cultuurplannen omschrevene, en, zoo niet, of de grond niettemin behoort te worden aangehouden, hetzij ten behoeve van de uitbreiding der vrijwillige koffieteelt van de Inlandsche bevolking, hetzij uit overweging dat de vestiging eener erfpachtsonderneming te gewenschter plaatse aanleiding zou kunnen geven tot onttrekking van koffie aan de verplichte levering in 's Lands pakhuis.

Door een en ander kunnen de belangen, zoowel van de gedwongen als van de z. g. monosoeko-koffieteelt, de meer denkbeeldige dan werkelijke bescherming, welke men meende in de „groote reserve" te kunnen vinden, zonder eenig bezwaar missen.

De op bl. 16 hiervoren vermelde vierde alinea van het tegenwoordig artikel 9 van het Agrarisch Besluit is in het ontwerp weggelaten, omdat het van zelf spreekt, dat de uitsluiting van zekere gronden geen beletsel vormt tegen den afstand in erfpacht van buiten de uitgeslotene gelegen terreinen, terwijl evenmin bepaald behoefde te worden, dat de erfpachter geen hinder mag toebrengen aan het gebruik door de rechthebbenden van gronden, welke hem niet zijn afgestaan en waarover hij dus niets te zeggen heeft.

Zijn ten deze waarborgen noodig, bijv. ter verzekering van den toegang over het erfpachtsperceel tot daarin geënclaveerde, niet in de erfpacht begrepen, gronden, dan wordt daarin voorzien door aan den afstand van het recht speciale