is toegevoegd aan uw favorieten.

Gewijzigd ontwerp B, tot herziening der agrarische verordeningen voor de Gouvernementslanden op Java en Madoera

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 3.

Van toekenning van het Inlandsen bezitsrecht op grond.

Artikel 14. (1) Voor afstand in eigendom of erfpacht vatbare gronden kunnen aan Inlanders en aan Inlandsche gemeenten met het Inlandsch bezitsrecht worden uitgegeven.

(2) Onverminderd de bevoegdheid, bedoeld bij artikel 75, alinea 2, van het Reglement op het beleid der Regeering van Nederlandsch-Indië, wordt het Inlandsch bezitsrecht op grond niet beheerscht door de bepalingen van het Burgerl ij k Wetboek voor Necterlandseh-Indië.

Alinea 1. Deze bepaling vindt hare toelichting op bl. 119—129 van het Vervolg op de Eigendoms-nota (zie ook de reeds hooger aangehaalde besluiten in Bijblad n08. 6535 en 6536).

Zooals op bl. 127 dier nota is opgemerkt, zijn het erfelijk individueel en het gemeentel ij k bezitsrecht op grond niet te beschouwen als twee uit hun aard verschillende rechten.

Ter voorkoming van misvatting scheen het daarom te verkiezen die onderscheiding los te laten en Het beoogd recht aan te duiden met den algemeenen term „Inlandsch b ezitsrecht", hetwelk zoowel door het individu als door de gemeente kan worden uitgeoefend. Dat dit recht erfelijk is, indien het wordt uitgeoefend door een physiek persoon, volgt alleen uit de omstandigheid dat bij Inlandsche gemeenten van erfopvolging bij versterf geen sprake kan zijn.

Waar noodig, is ook in de volgende artikelen van dit Ontwerp, de benaming „Inlandsch bezitsrecht" gebezigd.

Een definitie van dat recht, als aangegeven op bl. 128 van voormeld Vervolg, ware in de onderwerpelijke verordening, eene samenvatting van beginselen van agrarisch recht bevattende, beter weg te laten; zij zou plaatsing kunnen vinden óf in het te eeniger tijd voor Inlanders toepasselijk te verklaren gedeelte van het Indisch Burgerlijk Wetboek (aldus werd het ook vroeger begrepen, zie bl. 125—127 a. v.) (*), óf in eene afzonderlijke verordening, indien daaraan behoefte mocht blijken te bestaan.

Ook van het andere, in dit Ontwerp verhandeld Inlandsch recht op den grond, het agrarisch eigendomsrecht, in het wezen der zaak niet anders dan geregistreerd Inlandsch bezitsrecht (zie lager onder artikel 18), is zoomin in de bestaande agrarische verordeningen als in de voorgestelde eene definitie gegeven.

Dat de uitgifte van grond met het Inlandsch bezitsrecht onderworpen zal zijn aan de daaromtrent door den Gouverneur-Generaal vast te stellen regelen, volgt uit artikel 17. Daarbij zal o. m. moeten worden bepaald in welke gevallen het recht kosteloos zal worden verleend, in welke daarvoor betaling zal zijn te vorderen (vergl. bl. 129—131 van het hoogerbedoeld Vervolg op de Eigendoms-nota).

Alinea 2. Deze 2e alinea is volledigheidshalve opgenomen in afwachting van de totstandkoming der tot uitvoering van

(*) Waarom die toepasselijk-verklaring tot dus ver achterwege werd gelaten, Is vermeld op bl. 31—34 der Domeinrecht-nota.