is toegevoegd aan uw favorieten.

Gewijzigd ontwerp B, tot herziening der agrarische verordeningen voor de Gouvernementslanden op Java en Madoera

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat zij haar steunpunt zal moeten vinden in de medewerking van — in de samenwerking met de gemeente zelve, beter dan wie ook met de locale verhoudingen en de bijzondere omstandigheden van ieder harer ingezetenen vertrouwd.

De ontworpen voorschriften hebben ten doel om in die gemeenten, waar de agrarische en oeconomische verhoudingen de toepasing dier voorschriften vorderen, aan haar zeker recht van voorkeur te verleenen op den grond harer ingezetenen, dien dezen wenschen te vervreemden, waardoor eenerzijds de verkrijging daarvan door den Inlandschen kapitalist zal kunnen worden tegengegaan, anderzijds het vermogen der gemeente uitgebreid en daarmede hare ontwikkeling bevorderd zal kunnen worden.

Men werpe niet tegen, dat aldus het ontstaan van groot grondbezit in handen van de gemeente, in stede van in die van den kapitalist, zou worden vergemakkelijkt, want aan het eerste -— ten bate komende van de gemeenschap — zijn uiteraard niet de schadelijke gevolgen verbonden, welke te duchten zijn van het laatste, uitsluitend ten bate komende van het individu, zonder eenig voordeel voor het algemeen, zelfs niet van agronomischen aard, gelijk de practijk waarlijk afdoende bewezen heeft.

Voorts ligt het niet in de bedoeling den Inlander, die zijn grond vervreemden wil, door de daartoe geëischte toestemming der gemeente geldelijke schade te doen lijden, wijl die toestemming alleen geweigerd zal mogen worden, indien de gemeente bereid wordt bevonden den grond tegen de plaatselijke waarde daarvan over te nemen.

Aldus scheen het belang van den verkooper voldoende verzekerd, want meer dan de waarde zou hij ook van anderen niet kunnen bedingen; en zoo al, in een bijzonder geval, dan verbiedt het bepaalde de gemeente niet, meer te geven dan de plaatselijke waarde zou vorderen.

Op welke wijze de toestemming der gemeente zal zijn te verleenen of te weigeren, ware te regelen door den Gouverneur-Generaal, die daarbij te rade zou kunnen gaan met de voorschriften in de 3e afdeeling der ordonnantie in Staatsblad 1906 n! 83 en bijv. zou kunnen voorschrijven: medewerking van de meerderheid der kiesgerechtigden in de gemeente, bekrachtiging van de weigering der toestemming door eenige autoriteit, bepaling der waarde van den grond door eene commissie enz.

Overigens worde vooral niet uit het oog verloren, dat allerminst het streven zou mogen zijn binnen korten tijd aan de bepaling een zoo uitgebreid mogelijke toepassing te geven; immers, de vierde alinea drukt duidelijk uit, dat niet dan zeer geleidelijk zou zijn te werk te gaan en eigenlijk, althans aanvankelijk, niet meer beoogd wordt dan de gelegenheid te openen om in enkele gemeenten een proef te nemen in de aangeduide richting.

En in de tweede plaats worde evenmin voorbijgezien, dat zoodanige voorzichtige toepassing ook om practisehe redenen vereischt zou zijn, wijl de uitvoering — men herleze het voorkomende op bl. 78/79 van het Vervolg op de Domeinrechtnota — geheel beheerscht zou moeten worden door de gestie van de met de betrokken gemeenten in relatie staande landbouwcredietinstelling en de belangstellende leiding van het Europeesch en Inlandsch Bestuur.