is toegevoegd aan uw favorieten.

Hervorming van het staatsspoorwegbedrijf in Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als bekend worden aangenomen *). Karakteristiek is, dat weliswaar de begrooting en rekening het beeld geven van een zelfstandig bedrijf met eigen middelen, maar dat in werkelijkheid de uitgaven en ontvangsten Staateuitgaven en ontvangsten blijven en — op enkele in de wet opgenomen uitzonderingsbepalingen na — beheerscht worden door de voor deze geldende gewone regelen. Ofschoon afzonderlijk gehouden en in zich sluitend, wordt de bedrijfsbegrooting door den wetgever vastgesteld op gelijke wijze als de Staatsbegrooting; zij bevat naast de gewone uitgaafen ontvangstposten en daarmede samengevlochten eene raming (ook in ontvangst en uitgaaf) van alle te verwachten verrekeningen tusschen het Bedriïf en den Staat-geldschieter, inbegrepen de uitkeering van winst aan of de dekking van verlies door den Staat.

De aan deze wet ten grondslag liggende denkbeelden werden ook reeds uitvoerig ter sprake gebracht in het Eindrapport van Dr. D. Bos. De wijze waarop het gewenschte verband tusschen de begrooting en rekening eenerzijds, de commercieele boekhouding anderzijds, wordt gelegd, stelde de heer Bos zich echter anders voor. Voor de door den Kolonialen wetgever als Gouvernementsbedrijf erkende diensttakken zou de bedrijfsbegrooting (in den vorm eener geraamde balans en winst- en verliesrekening) slechts de toelichting zijn tot de in de algemeene begrooting opgenomen saldoposten voor gewone en buitengewone uitgaven en ontvangsten **).

Van door den wetgever vast te stellen bedryfsbegrootingen en -rekeningen was dus hier geen sprake Wel zouden echter door den Kolonialen Wetgever regelen voor de samenstelling daarvan gegeven worden en aan de uitkomsten der commercieele boekhouding comptabele bewijskracht worden verleend door een onderzoek door den Gouvernementsaccountant en in hooger instantie door de Algemeene Rekenkamer.

Dr. Bos stelde zich voor dit een en ander te wettigen door eenige, door hem aangegeven, aanvullingen van de Indische Comptabiliteitswet.

Voor de bereiking van het beoogde doel zal wel niet veel onderscheid bestaan tusschen beide oplossingen. Die der Bedrijvenwet heeft echter iets gedwongens door de dooreenmengeling van de bruto uitgaafen ontvangstposten met de uitkomsten der uit de commerciëele boekhouding getrokken resultaten-rekeningen. Ondergeteekende komt dan ook de door Dr. Bos aanbevolen methode natuurlijker en eleganter voor. Hoe dit zij, in werkelijkheid heeft tot nu toe noch de eene noch de andere methode voor de Indische gouvernementsbedrijven toepassing gevonden. Behalve in tijds- en personeelsgebrek ligt de oorzaak daarvan wel in de moeielijkheid, om bedrijfsramwigre» te maken die niet geheel uit de lucht gegrepen zijn, zóó buitengewoon langen tijd te voren als door de behandeling gelijktijdig met de Koloniale begrooting schijnt te worden vereischt ***).

*) Vgl. o. :i. „De Bedrijvenwet" door J. C. de Ebutn, 1913.

**) Hetzelfde denkbeeld werd ongeveer gelijktijdig door o.g. ter sprake gebracht in een rapport aan den Minister van L. N. en H. betreffende de organisatie van de Staatsmijnen in Limburg als autonoom commercieel bedrijf.

***) Op het tijdstip der indiening door de Departementen in Indië van de begrootingsbfjdragen in definitieven vorm, zün voor de groote meerderheid der bedrijven de balans en bedrjjfs-rekening over het vorige jaar (d.w. z. twéé jaren aan het begrootingsjaar voorafgaande) nog niet gereed, zoodat als grondslag voor de bedrijfsbegrooting zouden moeten worden ge-