is toegevoegd aan uw favorieten.

Hervorming van het staatsspoorwegbedrijf in Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volle als waarborg te strekken voor de te sluiten leeningen. Wel is waar is het niet de bedoeling en wordt het ook niet noodig geacht, dat bezit ten behoeve van de houders der spoorwegschuld hypothecair te verbinden, maar het bedrijf zal toch tegenover de geldmarkt oneindig veel sterker staan, dan wanneer het alleen zijn netto-inkomsten als waarborg kan aanbieden. De adviezen, ter zake van financiers in Indië en Nederland ingewonnen, luidden eenstemmig in dien zin. De President der Javasche Bank Mr. G. Vissering was o. a. van oordeel, dat wanneer het bedrijf de spoorwegen niet in eigendom bezit, de spoorwegleeningen slechts onder garantie door het Gouvernement succes zouden hebben, hetgeen echter geheel tegen de bedoelingen zou indruischen.

Deze oplossing is ook verreweg de eenvoudigste; immers de door en ten laste van het bedrijf tot stand gebrachte nieuwe spoorwegen en werken tot verbetering of uitbreiding van de bestaande worden reeds van zelf diens eigendom. Er zou dus een verdeeld bezit ontstaan, wat den toestand zeer ingewikkeld maakt; wel is een regeling in den geest als bij de spoorwegmaatschappijen in Nederland mogelijk, maar de ondervinding daarmede lokt waarlijk niet tot navolging uit.

Wellicht de voornaamste reden ten gunste van den eigendomsovergang is echter gelegen in de wenschelijkheid, om tussclim bezit en schuld van liet bedrijf het nauwst mogelijk verband te leggen. Op het gewicht daarvan, vooral met het oog op de omstandigheden waarin Nederlandsch Indië verkeert, werd reeds de aandacht gevestigd; het beoogde verband zou echter ten aanzien van de thans bestaande spoorwegen, welke een kapitaal van rond 200 millioen vertegenwoordigen, geheel ontbreken, als men den eigendom aan het Land het.

Een tweede vraagpunt is, wat met de overschotten uit de opbrengst der exploitatie zal geschieden.

Wie den eigendom bezit heeft, beschikt ook over de opbrengst daarvan. Het is dus een natuurlijk uitvloeisel van den overgang van het spoorwegbezit aan het zelfstandige bedrijf, dat dit de volle beschikking behoudt over de inkomsten uit de exploitatie verkregen. Deze oplossing heeft in het algemeea het voordeel, de financiëele scheiding tusschen het bedrijf en de schatkist — een der hoofdargumenten voor de bedrijfsautonomie — op de meest radicale wijze tot stand te brengen. Het is de oplossing, die in Zwitserland met volle instemming van de bonds- en kantonnale regeeringen en vertegenwoordigers is gekozen en den grondslag van het financieel beheer der spoorwegen uitmaakt.

Voor het Staatsspoorwegbedrijf in Indië beveelt zij zich in het bijzonder aan met het oog op den aard en den buitengewonen omvang van de taak, welke daar voor dat bedrijf voor een lange reeks van jaren is weggelegd.

In tegenstelling met zuiver commerciëel-industrieele bedrijven als de Tin winning en de Gouvernements kolen-ontginningen, en met zuiver fiscale bedrijven als bijv. het Zoutmonopolie, welke geen ander doel hebben dan om aan de schatkist de grootst mogelijke geldelijke baten te verschaffen, behoort het spoorwegbedrijf tot de groote categorie van overheidsbedrijven, die in de eerste plaats ten doel hebben de behartiging van eenig algemeen belang, de voorziening in een openbare behoefte of de uitoefening van een openbaren dienst, doch niet of slechts in de