is toegevoegd aan uw favorieten.

Hervorming van het staatsspoorwegbedrijf in Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar tegenover staat echter, dat in de laatste jaren der beschouwde periode rond ƒ 21.500.000 aan overschot beschikbaar is gekomen — een bedrag dat zeker ruim genoeg is om daaruit aan de hoogste eischen op het gebied van afschrijving te kunnen voldoen.

Alles bijeen genomen mag dan ook ongetwijfeld de conclusie worden getrokken, dat het bedrijf der Staatsspoorwegen op Java reeds gedurende de eerste 38 jaren zich zelf werkelijk geheel zou hebben kunnen bedruipen.

Met het oog op de beteekenis, welke de tot nu toe bereikte resultaten bezitten als grondslag voor de toekomstige verwachtingen, is het voorts van belang na te gaan, welke de rentabiliteit is geweest van de achtereenvolgens in de spoorwegen gestoken kapitalen.

Ten einde een duidelijker voorstelling te verkrijgen van het verloop der netto-opbrengst uit de exploitatie gedurende de periode 1875—1912, dan bijlage 1 oplevert, is daartoe van die opbrengst, uitgedrukt in percenten van het aanlegkapitaal, (cijfers van kolom III) eene grafische voorstelling gemaakt (bijlage 3). Hieruit blijkt, dat de lijn der netto-opbrengst van jaar tot jaar sterke schommelingen vertoont, welke men eerst eenigszins moet vereffenen om een duidelijker beeld van het verloop der rentabiliteit van het bedrijf in groote trekken te verkrijgen. Dit is in de grafische voorstelling geschied door de werkelijke jaar-opbrengsten te vervangen door het gemiddelde telkens over 9 opvolgende jaren, waarvan het jaar zelf het middelste uitmaakt. *)

In cijfers teruggebracht kan de rentabiliteit van het bedrijf globaal worden weergegeven door de volgende schaal, aangevende de nettoopbrengst in percenten van het totale aanlegkapitaal (bouwwaarde).

In hét 1ste en 2de bedrijfjaar nihil

„ „ 3de „ M2 Pct-

„ i 10de „ 2,95 „

, „ 15de „ 3,35 »

„ „ 20ste „ 3,71 „

„ „ 25ste „ 3,66 «

„ „ 30ste „ . . 3,89 „

„ „ 35ste „ |< • • M1 »

„ „ 38ste „ 7,10 „

Deze cijfers geven intusschen geenszins weer de rentabiliteit van het achtereenvolgens in de spoorwegen gestoken kapitaal; immers wordt voortdurend nieuw kapitaal verwerkt, en gedurende zekere periode in beschouwing heeft niet voortdurend het aan het eind daarvan bereikte kapitaal tot de opbrengsten bijgedragen, maar slechts een gemiddelde tusschen begin- en eindkapitaal dier periode. Had de verstrekking van kapitaal van den aanvang af volkomen regelmatig plaats gehad, dan zouden dus de in de tabel vermelde rentecijfers geacht moeten worden in den halven tijd te zijn bereikt, om een beeld te geven van de rentabiliteit van het verwerkte kapitaal.

Uit de bekende cijfers der in elk jaar verwerkte bedragen en verkregen netto-opbrengsten laat zich nu, met eenige afronding en tastender-

*j Voor de laatste jaren van het beschouwde tijdvak moest daartoe de netto-opbrengst in de volgende jaren worden geschat.